TITEL III – DE WEDSTRIJDEN


HOOFDSTUK I – ALGEMEENHEDEN

ART. 241 – DUUR VAN HET SEIZOEN
ART. 242 – ALGEMENE BEPALINGEN
ART. 243 – BESCHIKKING OVER SPEELVELDEN
ART. 244 – AANKONDIGING VAN WEDSTRIJDEN
ART. 245 – ARTIKEL GESCHRAPT AV 28 NOV 09
ART. 246 – VERPLICHTINGEN VAN DE BEZOCHTE CLUB OF ORGANISATOR VAN EEN TORNOOI
ART. 247 – LEIDING VAN DE WEDSTRIJDEN
ART. 248 – WEDSTRIJDFORMULIER
ART. 249 – VERBAAL GEWELD, WANORDELIJKHEDEN, INCIDENTEN
ART. 249 bis – WEDSTRIJD MET GESLOTEN DEUREN
ART. 250 – SPECIALE TOELATINGEN
ART. 251 – KLUCHTWEDSTRIJDEN
ART. 252 – GEVAL VAN OVERMACHT


HOOFDSTUK II – KAMPIOENSCHAPPEN

ART. 253 – DEELNAME AAN DE KAMPIOENSCHAPPEN
ART. 254 – OPSOMMING VAN DE KAMPIOENSCHAPPEN VOOR HEREN
ART. 255 – OPSOMMING VAN DE KAMPIOENSCHAPPEN VOOR DAMES
ART. 256 – INSCHRIJVINGEN EN VERBINTENISSEN
ART. 257 – ORGANISATIE VAN DE JEUGDCOMPETITIES
ART. 258 – INSCHRIJVING IN AFDELING RESERVEN
ART. 259 – JAARKALENDER
ART. 260 – KALENDER
ART. 261 – DAGEN VAN DE KAMPIOENSCHAPWEDSTRIJDEN
ART 262 – HET SPEELVELD EN DE UITRUSTING
ART. 263 – RECLAME OP HET TERREIN VAN DE CLUBS DIE AANTREDEN IN LANDELIJKE HEREN EN DAMES
ART. 264 – VORMING VAN DE AFDELINGEN
ART. 265 – VORMING VAN DE REEKSEN
ART. 266 – WIJZIGING AAN DE FORMULE VAN DE KAMPIOENSCHAPPEN
ART. 267 – MEDEDELING VAN DE UITSLAGEN
ART. 268 – RANGSCHIKKING IN IEDERE REEKS
ART. 269 – HERZIENING VAN DE RANGSCHIKKING ALS GEVOLG VAN SCHRAPPING, ONTSLAG, ONBEDRIJVIGHEID OF ALGEMEEN FORFAIT


HOOFSTUK III – AFGELASTEN VAN WEDSTRIJDEN

ART. 270 – ALGEMEEN UITSTEL
ART. 271 – AFGELASTE OF OVER TE SPELEN WEDSTRIJDEN EN KALENDERWIJZIGINGEN
ART. 272 – AFGELASTEN VAN EEN WEDSTRIJD DOOR EEN DEPARTEMENT, EEN COMITE OF EEN SCHEIDSRECHTER
ART. 273 – Artikel geschrapt op av van 23/03/2013


HOOFDSTUK IV – VERLOREN VERKLAARDE WEDSTRIJDEN

ART. 274 – GEVOLGEN VAN EEN VERLOREN VERKLAARDE WEDSTRIJD
ART. 275 – ALGEMEEN FORFAIT
ART. 276 – VERPLICHTINGEN VAN DE CLUB DIE OP VOORHAND FORFAIT VERKLAART
ART. 277 – VERLOREN VERKLAARDE WEDSTRIJDEN BIJZONDERE GEVALLEN

 

HOOFDSTUK V – TORNOOIEN – VRIENDSCHAPPELIJKE WEDSTRIJDEN – WEDSTRIJDEN TEGEN BUITENLANDSE TEAMS – INTERLANDENWEDSTRIJDEN

ART 278 – TORNOOIEN
ART 279 – VRIENDSCHAPPELIJKE WEDSTRIJDEN
ART. 280 – WEDSTRIJDEN TEGEN EEN BUITENLANDS TEAM
ART. 281 – INTERLANDENWEDSTRIJDEN


HOOFDSTUK VI – SPELERS

ART. 287 – SPELERS ZONDER GELDIGE VERGUNNING
ART. 288 – BUITENLANDSE SPELERS
ART. 289 – BEPALING VAN DE HOEDANIGHEID VAN BELG
ART. 290 – STATUUT VAN POLITIEK VLUCHTELING
ART. 291 – KWALIFICATIE ALS JEUGDSPELER
ART. 292 – JEUGDCATEGORIEEN
ART. 293 – UITRUSTING VAN DE SPELERS
ART. 294 – DEELNAME AAN TWEE KAMPIOENSCHAPPEN TIJDENS EEN ZELFDE SEIZOEN 103
ART. 295 – GESELECTEERDE SPELERS
ART. 295 bis – LEERLINGEN V/D TOPSPORTSCHOOL


HOOFDSTUK VII – DE EINDRONDEN

ART. 296 – EINDRONDEN
ART. 297 – PROVINCIALE PLAY-OFFS

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

TITEL III – DE WEDSTRIJDEN

HOOFDSTUK I – ALGEMEENHEDEN


ART. 241 – DUUR VAN HET SEIZOEN

Het seizoen begint op 1 juli en eindigt op 30 juni.
 

ART. 242 – ALGEMENE BEPALINGEN

De VBL organiseert en geeft zijn toestemming voor:

  • c) kampioenschappen (landelijk, interprovinciaal en provinciaal), bekerwedstrijden (landelijk en provinciaal).
  • d) wedstrijden in het buitenland.
  • e) oefenwedstrijden voor landelijke en provinciale selectieploegen.
  • f) allerlei wedstrijden: tornooien, vrienden-, liefdadigheid- en propagandawedstrijden.
  • g) oefenwedstrijden voor de Topsportschool

 

ART. 243 – BESCHIKKING OVER SPEELVELDEN

De Raad van Bestuur mag vragen om over de speelvelden van de clubs te beschikken:

  • a) om er trainingen van de nationale en landelijke ploeg te organiseren.
  • b) om er interland- of andere wedstrijden te laten spelen.

De Provinciale Comités beschikken onder dezelfde voorwaarden over de speelvelden van de clubs die onder hun toezicht staan.


ART. 244 – AANKONDIGING VAN WEDSTRIJDEN

Aanplakbiljetten, programma's, kaarten of andere publiciteitsmiddelen moeten verplicht vermelden dat de wedstrijden onder toezicht van de VBL gespeeld worden.


ART. 245 – ARTIKEL GESCHRAPT AV 28 NOV 09


ART. 246 – VERPLICHTINGEN VAN DE BEZOCHTE CLUB OF ORGANISATOR VAN EEN TORNOOI

De bezochte club of organisator van een tornooi moet:

  1. Alle nodige maatregelen treffen om de volledige veiligheid van de scheidsrechters, officials, spelers en begeleiders van de bezoekende club te waarborgen, zowel vóór, tijdens als na de wedstrijd, en dit tot op het ogenblik dat ze zich veilig in hun vervoermiddel bevinden. Indien de omstandigheden dit vereisen zullen de scheidsrechters, officials, spelers en begeleiders van de bezoekende club zo vlug mogelijk vertrekken.
     
  2. Op straf van boete voorgeschreven door de TTB, de scheidsrechter vóór de wedstrijd en op onopvallende wijze vergoeden volgens het tarief dat voorkomt in de TTB.
     
  3. De doelpalen tot op een hoogte van 2 meter, evenals de onderzijde van het bord met een buigzaam materiaal bekleden.


ART. 247 – LEIDING VAN DE WEDSTRIJDEN

De wedstrijden moeten aan het vigerend tarief geleid worden door scheidsrechters opgeroepen door het bevoegd Departement of Comité (zie ook CD art. 222).

De wedstrijden van de werkende clubs mogen slechts geleid worden door scheidsrechters die een vergunning hebben.


ART. 248 – WEDSTRIJDFORMULIER

Het wedstrijdformulier moet op straffe van boete voorzien in de TTB, gepost worden ten laatste de eerste werkdag die volgt op het einde van de wedstrijd (Poststempel geldt als bewijs). Voor competitiewedstrijden die in de in de week gespeeld worden mogen de wedstrijdbladen samen met de wedstrijdbladen van het eerstkomend WE verstuurd worden. Het niet binnensturen van het
wedstrijdformulier aan het Departement Competitie of het Comité zal beboet worden volgens de normen bepaald in de TTB.

Bovendien zullen die bevoegde instanties na de zevende dag van een bepaalde wedstrijd een aanmaning versturen om het formulier binnen de zeven (7) dagen alsnog te versturen of te bezorgen.

Indien betrokken club in gebreke blijft zal het bevoegd departement één forfait uitspreken en de voorzien boeten toepassen.

Het posten van het wedstrijdformulier geschiedt:

  1. door tussenkomst van de bezochte club indien de wedstrijd plaats had of bij verloren verklaarde wedstrijd ten nadele van de bezoekers.
  2. door tussenkomst van de door het bevoegde Departement of Comité aangestelde organisator indien de wedstrijd op neutraal terrein werd georganiseerd.
  3. door tussenkomst van de bezoekende club bij verloren verklaarde wedstrijd ten nadele van de bezochte club.

Indien het wedstrijdformulier ontbreekt, moeten de belanghebbenden een voorlopige lijst opmaken, en ze door de kapiteins en de scheidsrechters laten ondertekenen.


ART. 249 – VERBAAL GEWELD, WANORDELIJKHEDEN, INCIDENTEN

Indien er zich verbaal geweld, wanordelijkheden of incidenten op of rond het speelveld van een club hebben voorgedaan, voor, tijdens of na een wedstrijd, kunnen de Rechterlijke Raden de voorziene normen der sancties en de door de TTB voorgeschreven boetes toepassen.

De boetes kunnen ook toegepast worden op clubs waarvan de supporters dergelijke daden veroorzaakten gedurende een wedstrijd op het speelveld van een andere club.

Als verbaal geweld wordt beschouwd, niet limitatief:

  1. het vernederen, het discrimineren of het denigreren van een persoon, op een manier die de menselijke waardigheid aantast, omwille van zijn ras, kleur, godsdienst, etnische afstamming, geaardheid, anders-validiteit.
  2. Het ontrollen van spandoeken door supporters, waarop discriminerende woorden of symbolen vermeld staan
  3. Het dragen van aanstootgevende kledij zoals beschreven in de bundel van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR)
  4. Het aannemen van een aanstootgevende houding of het tonen van gelijkaardige gebaren.


ART. 249 BIS – WEDSTRIJD MET GESLOTEN DEUREN

Het gebruik van een speelveld kan voor een bepaalde tijd ontzegd worden en de bevoegde Rechterlijke Raad heeft ook het recht te bepalen dat de wedstrijden die erop voorzien zijn zullen doorgaan, zonder toegang voor het publiek.

De sanctie houdt in dat de gestrafte club de ontvangsten uit inkomgelden derft. De rechtstreekse of onrechtstreekse uitzending van beelden van die wedstrijden is derhalve eveneens verboden. De boete zoals voorzien in de TTB zal eveneens toegepast worden.

Wanneer een wedstrijd met gesloten deuren afgelast wordt of over te spelen is, wordt de sanctie automatisch overgedragen op de volgende thuiswedstrijd die de gestrafte club in dezelfde afdeling speelt..

Zo nodig mag de bevoegde Rechterlijke Raad beslissen dat de wedstrijden met gesloten deuren zullen gespeeld worden op een veld dat hij zal aanwijzen.

Behalve de spelers en personen met een officiële functie conform CD 203, krijgen slechts volgende personen toegang tot de installaties ter gelegenheid van een wedstrijd met gesloten deuren:

1) De bestuursleden van beide clubs conform AD63.
2) De coaches, de assistent-coaches en de ploegbegeleiders zoals voorgeschreven in de Officiële Basketbalregels.
3) De leden die houder zijn van een officiële kaart van de VBL (leden van departementen, afgevaardigden, comités, raden en scheidsrechters).
4) Journalisten op vertoon van hun kaart afgeleverd door de B.B.S.

De kosten van comité- en rechterlijke raadsleden, die een (controle)opdracht vervullen, vallen ten laste van de gestrafte club. De rechterlijke raden zullen dit telkens vermelden in hun beslissing.


ART. 250 – SPECIALE TOELATINGEN

Zonder toestemming van de Raad van Bestuur mogen de clubs niet deelnemen aan organisaties die niet onder toezicht van de VBL staan.


ART. 251 – KLUCHTWEDSTRIJDEN

Kluchtwedstrijden mogen niet georganiseerd worden.


ART. 252 – GEVAL VAN OVERMACHT

In geval van overmacht waarover het vrij oordeelt, kan het bevoegd Departement of Comité er in toestemmen dat een club een of meer wedstrijden op een ander speelveld dan het zijne laat doorgaan.



HOOFDSTUK II – KAMPIOENSCHAPPEN


ART. 253 – DEELNAME AAN DE KAMPIOENSCHAPPEN

1) Een club mag één of meerdere ploegen inschrijven voor heren- en/of dameskampioenschappen die aanleiding geven tot stijgen en/of dalen. Deze ploegen zullen eenzelfde naam moeten dragen met toevoeging van een letter, waarbij de ploeg die op het hoogste niveau aantreedt, ongeacht of dit Basketbal Vlaanderen-dan wel de nationale competitie betreft, de A-ploeg is en de lager gekwalificeerde ploegen een lettertoevoeging krijgen in alfabetische volgorde naarmate het niveau lager is. Aldus is de B-ploeg net onder de Aploeg gekwalificeerd enz.

Ditzelfde principe is ook van toepassing op de jeugdploegen in de landelijke, provinciale en gewestelijke afdelingen.
Voor de seniorploeg die deelneemt aan het recreatief basketbal zal steeds de letter Z toegevoegd worden, de Z-ploeg dus. De Zploeg wordt binnen de club in deze context beschouwd als de ploeg met het laagste niveau.
Wat verder in onderhavig artikel aan bod komt betreft NIET de Z-ploeg tenzij anders vermeld.

2) Een ploeg die voor het eerst aan het kampioenschap deelneemt, start in de laagste provinciale afdeling.

3) De ploegen van éénzelfde club kunnen in dezelfde afdeling spelen, maar in verschillende reeksen met uitzondering van het geval vermeld in punt 5. Indien twee clubs van een afdeling die slechts één reeks telt, wensen te fuseren, dan zal de tweede ploeg van de nieuwe club dalen naar de onmiddellijk lagere afdeling en is er een supplementaire stijger uit deze afdeling.

4) Voor aanvang van de eerste resultaatgebonden wedstrijd van elke ploeg moet de club die meer dan één eerste ploeg heeft de lijsten van ingeschreven spelers > 23 jaar invullen via de toepassing die daartoe door Basketbal Vlaanderen ter beschikking gesteld wordt. Deze lijsten blijven vervolgens publiek consulteerbaar op de website. Voor de Z-ploeg dient een register opgemaakt en gepubliceerd te worden door het secretariaat-generaal van Basketbal Vlaanderen (manuele handeling). Enkel de spelers die op dit register voorkomen en al de spelers die aangesloten zijn bij de club mogen aan de wedstrijd deelnemen.

5) In de laagste provinciale afdeling is het mogelijk te spelen in dezelfde reeks met het recht tot stijgen en dalen op voorwaarde dat:
er slechts één reeks kan samengesteld worden (maximum 16 ploegen) en de clubs van de desbetreffende reeks op de Algemene Provinciale Vergadering van de Clubs met een gewone meerderheid akkoord gaan om die ploeg(en) met het recht tot stijgen, te laten spelen.
Indien er geen akkoord is van de APVC dan kan/kunnen die ploeg(en) enkel buiten klassement deelnemen.

6) Zijn gerechtigd te spelen:

  • a) Alle seniorspelers die aan de competitie deelnemen behoren tot de ploeg waarvoor zij op de lijst voorkomen. Zij mogen enkel opgesteld worden in die ploeg én in wedstrijden van een hoger spelende ploeg.
    Een ploeg mag per wedstrijd met in totaal maximum twee spelers uit een ploeg (of ploegen) van lager niveau aangevuld worden.
    Een speler op de lijst van de hoger spelende ploeg mag met een lager spelende ploeg spelen mits nog niet te hebben deelgenomen aan resultaatgebonden wedstrijden van de hoger spelende ploeg en onder voorwaarde van het indienen van een verzoek tot schrapping op de lijst van de hoger spelende ploeg en aanvulling van de lijst van de lager spelende ploeg.
    Deze beperking is niet van toepassing op het register van een Z-ploeg.
    Voor een speler, die in de loop van het seizoen aansluit moet een verzoek tot aanvulling van de lijst van zijn ploeg van bestemming ingediend worden.
    Een speler die vermeld staat op een lijst van de ploeg die in een lagere afdeling speelt, kan ten definitieve titel opgesteld worden in de ploeg die speelt in een hogere afdeling, onder voorbehoud van inschrijving op de desbetreffende lijst na hiervoor een aanvraag te hebben ingediend bij het secretariaat-generaal. Van zodra de lijst wordt aangevuld met de betrokken speler is hij niet meer gerechtigd om te spelen voor de ploeg uit de lagere afdeling, dit met uitzondering van de Z-ploeg. Een club die met één of meerdere ploegen aantreedt in de nationale competitie, dient de door Basketbal Vlaanderen ingestelde hiërarchie van de inschrijving der spelers - en de daaraan verbonden beperkingen - te respecteren, ook over de grens van de organisatorische verantwoordelijkheden heen.
    Per wedstrijd kunnen meerdere overtredingen i.v.m. de lijst van de ingeschreven spelers per ploeg vastgesteld worden. De benadeelde club – de tegenstrever - kan klacht indienen zoals voorzien in artikel 424 en volgende van het HHReg. Naast een forfaitscore zal de overtredende club gesanctioneerd worden met de in de TTB voorziene boete.
     
  • b) voor de jeugdspelers is CD art.292 van toepassing. Zij mogen in de verschillende ploegen (A,B,C...) opgesteld worden met de beperking dat ze tijdens eenzelfde weekend slechts in drie wedstrijden, waarvan maximaal twee bij de senioren, mogen opgesteld worden.
     
  • c) alle spelers die volgens hun leeftijd gerechtigd zijn voor het spelen van een seniorwedstrijd, en aangesloten zijn bij een club, mogen worden opgesteld in de verschillende reserveploegen van die club.
    De scheidsrechters wordt verzocht CD art 217 punt 6 toe te passen (vergelijking van de namen op het wedstrijdblad met deze die voorkomen op de lijst/register die de club voorlegt en die een correcte weergave moet zijn van de officiële lijst/register zoals gepubliceerd op de website van Basketbal Vlaanderen. (Alles wordt in het werk gesteld om deze lijsten/registers te publiceren vóór de aanvang van de competitie).

    Toe te passen boete: bedragen identiek aan deze die voortvloeien uit een overtreding van CD art 217 punt 6 en die bij dat artikel in de TTB opgenomen zijn.

    Opmerking: Reeksen van eenzelfde afdeling worden beschouwd als zijnde van hetzelfde niveau.
     

7) Wanneer de naam van een niet ingeschreven speler vermeld staat op het wedstrijdformulier van een resultaatgebonden wedstrijd van een ploeg, zal het bevoegde Comité of Departement de forfaitscore toepassen (CD art. 274) en het toepassen van de boete voorzien in de TTB. Tevens verwittigt zij de SG van Basketbal Vlaanderen die de bevoegde Rechterlijke Raad inlicht voor toepassing van JD art. 457

8) Een club mag in een recreatieve wedstrijd geen speler opstellen die toegewezen is aan een andere club, zonder schriftelijke toestemming van deze laatste. Sancties worden in CD Art. 287 aangegeven.
Op basis van deze toelating zal de speler op het register van de Z-ploeg geplaatst worden. Het register moet elke wedstrijd, samen met een kopij van de aansluitingskaart en het medisch attest, voorgelegd worden.
Toelating verlenen en toevoegen aan het register kan op eender welk moment gebeuren.

9) Opmerking
De daling van de ploeg die uitkomt in de hoogste afdeling van Basketbal Vlaanderen heeft altijd voorrang op het recht van eventuele promotie van een ploeg die in een lagere afdeling van Basketbal Vlaanderen evolueert. De daling van de oorspronkelijk hoger geklasseerde ploeg naar een lagere afdeling van Basketbal Vlaanderen kan eventueel een daling veroorzaken voor de ploeg die in de onmiddellijk lagere afdeling van Basketbal Vlaanderen evolueerde.

10) NOTA
De term “opgesteld” in de zin van een speler opgesteld in een bepaalde ploeg betekent: op het wedstrijdblad vermeld, maar spelen is niet noodzakelijk.


ART. 254 – OPSOMMING VAN DE KAMPIOENSCHAPPEN VOOR HEREN

A) Kampioenschap voor Senioren

1) Landelijk

  • a) Een afdeling I met één reeks van ten hoogste 14 ploegen.
  • b) Een afdeling II met reeksen van ten hoogste 14 ploegen.

2) Provinciaal

  • a) Een afdeling I met één reeks van ten hoogste 14 ploegen.
  • b) Een afdeling II met reeksen van ten hoogste 14 ploegen.
  • c) Een afdeling III met reeksen van ten hoogste 14 ploegen.
  • d) Een afdeling IV met reeksen van ten hoogste 14 ploegen.
  • e) Eén of meer recreatieve afdelingen van telkens ten hoogste 14 ploegen.

NOTA
De laagste afdeling mag meer dan 14 ploegen omvatten. Bij gebreke aan een recreatieve afdeling kunnen hiervoor ook recreatieve ploegen inschrijven.


B) Jeugdkampioenschappen

1) Landelijk

  • a) Een afdeling Landelijke U21 met één of meerdere reeks(en) van ten hoogste 14 ploegen.
  • b) Een afdeling Landelijke U18 met één of meerdere reeks(en) van ten hoogste 14 ploegen.
  • c) Een afdeling Landelijke U16 met één of meerdere reeks(en) van ten hoogste 14 ploegen.
  • d) Een afdeling Landelijke U14 met één of meerdere reeksen van ten hoogste 14 ploegen. Gemengde ploegen zijn toegestaan in deze reeksen.

2) Interprovinciaal (zie CD 257)

3) Provinciaal

  • a) Een afdeling U21.
  • b) Een afdeling U18.
  • c) Een afdeling U16.
  • d) Een afdeling U14.
  • e) Een afdeling U12.
  • f) Een afdeling U10.
  • g) Een afdeling U8.
     

C) Andere competities

Voor andere competities, o.m. de Bekers zijn het HHReg en de specifieke reglementen van kracht. Afwijkingen hieraan kunnen toegestaan worden mits toepassing van het CD art. 266.

De in de jaarkalender voorziene competitiedagen hebben steeds voorrang op de bekerwedstrijden van de Beker van Vlaanderen en/of de Provinciale Beker.

Voor de bekerwedstrijden geldt volgende volgorde:

  1. Beker van België
  2. Beker van Vlaanderen
  3. Provinciale Beker


ART. 255 – OPSOMMING VAN DE KAMPIOENSCHAPPEN VOOR DAMES

A) Kampioenschap voor Seniores

1) Landelijk

  • a) Een afdeling I met een reeks van ten hoogste 14 ploegen.
  • b) Een afdeling II met reeksen van ten hoogste 14 ploegen.


2) Provinciaal

  • a) Een afdeling I met één reeks van ten hoogste 14 ploegen.
  • b) Een afdeling II met reeksen van ten hoogste 14 ploegen.
  • c) Een afdeling III met reeksen van ten hoogste 14 ploegen.
  • d) Een afdeling IV met reeksen van ten hoogste 14 ploegen.
  • e) Eén of meer recreatieve afdelingen van telkens ten hoogste 14 ploegen.


NOTA
De laagste afdeling mag meer dan 14 ploegen omvatten. Bij gebreke aan een recreatieve afdeling kunnen hiervoor ook recreatieve ploegen inschrijven.



B) Jeugdkampioenschappen

1) Landelijk

  • a) Een afdeling Landelijke U21 met één of meerdere reeks(en) van ten hoogste 14 ploegen.
  • b) Een afdeling Landelijke U19 met één of meerdere reeks(en) van ten hoogste 14 ploegen.
  • c) Een afdeling Landelijke U16 met één of meerdere reeks(en) van ten hoogste 14 ploegen.
  • d) Een afdeling Landelijke U14 met één of meerdere reeksen van ten hoogste 14 ploegen.


2) Interprovinciaal (zie CD 257)

3) Provinciaal

  • a) Een afdeling U21.
  • b) Een afdeling U19.
  • c) Een afdeling U16.
  • d) Een afdeling U14.
  • e) Een afdeling U12.
  • f) Een afdeling U10.
  • g) Een afdeling U8.



C) Andere competitie

Voor andere competities, o.m. de Bekers zijn het HHReg en de specifieke reglementen van kracht. Afwijkingen hieraan kunnen toegestaan worden mits toepassing van het CD art. 266.

De kampioenschappen hebben steeds voorrang op de organisatie van deze competities.


ART. 256 – INSCHRIJVINGEN EN VERBINTENISSEN

1) FORMALITEITEN
Het eerste team van de clubs van de afdelingen met stijgen en/of dalen, wordt ambtshalve ingeschreven voor het kampioenschap van de eerste teams en reserves.

De clubs moeten het formulier ter bevestiging van hun inschrijving, behoorlijk ingevuld:

  • uiterlijk op 05 mei naar het Departement Competitie zenden voor de landelijke seniores ( geen reserves) en jeugdreeksen;
  • uiterlijk op 15 mei naar het PC zenden voor de provinciale seniores en jeugdreeksen.


De club waarvan het inschrijvingsformulier niet binnen de gestelde termijn ingestuurd werd, zal een door de TTB voorgeschreven boete opgelegd worden.

Daarenboven heeft het Departement of het Comité het recht het team waarvan de inschrijving slechts aankomt na publicatie van de reeksen in het blad voor de officiële mededelingen (de website van de VBL), niet aan het kampioenschap te laten deelnemen.

2) CONTROLE
De bevoegde Comités zullen het SG van de VBL uiterlijk op 15 september schriftelijk inlichten over de clubs die geen eerste of geen enkel team voor het kampioenschap ingeschreven hebben.

3) AFSTAND

  • a) Indien, van een club, een seniorenploeg gerechtigd is op een plaats in een bepaalde afdeling en van dit recht afstand wil doen, dan daalt deze ploeg naar de laagste provinciale afdeling, ongeacht de afdeling waarin zij voordien aantrad.
  • b) Een club die een plaats toegewezen krijgt in een hogere afdeling en deze niet inneemt daalt niet.
  • c) Voor het stijgen van Landelijke naar Nationale en van 1ste provinciale naar de Landelijke afdelingen zijn speciale regels voorzien in het HHReg (zie CD art. 264).


ART. 257 – ORGANISATIE VAN DE JEUGDCOMPETITIES

I. STRUCTUUR

De structuur omvat drie niveaus:

  • het landelijk niveau;
  • interprovinciaal niveau;
  • het provinciaal niveau.

Voor het landelijk en interprovinciaal niveau berust de leiding bij het Departement Competitie, dat afhangt van de Raad van Bestuur.

Voor het provinciaal niveau berust de organisatie bij het Provinciaal Comité.

A) Structuur op het niveau van de clubs:

Aantal ploegen
1) Heren

  • a) De clubs van de VBL die met een seniorploeg aantreden in de Euromillions League (PBL) moeten minstens 4 jeugdploegen (jongens) naar keuze opstellen in de jeugdcompetities van de VBL.
  • b) De clubs van de VBL die met een seniorploeg aantreden in TDM 1 (PromBas) moeten minstens 3 jeugdploegen (jongens) naar keuze opstellen.
  • c) De clubs van de VBL die met een seniorploeg aantreden in TDM 2 (PromBas) moeten minstens 2 jeugdploegen (jongens) naar keuze opstellen.
  • d) De clubs die aantreden in de Landelijke afdelingen VBL moeten minstens 2 jeugdploegen (jongens) naar keuze opstellen.
  • e) Er wordt geen Interprovinciale competitie voor Heren ingericht.
  • f) De clubs uit de reeksen van 1ste Provinciale afdelingen VBL moeten minstens 1 jeugdploeg (jongens) naar keuze opstellen.


NOTA
De verplichting tot het opstellen van jeugdploegen is niet cumulatief d.w.z. enkel de verplichting van de hoogst spelende seniorploeg (heren) zal in aanmerking genomen worden.


2) Dames

  • a) De clubs van de VBL die met een seniorploeg aantreden in TDW 1 (PromBas) moeten minstens 3 jeugdploegen (meisjes) naar keuze opstellen.
  • b) De clubs van 1 ste en 2de Landelijke afdeling VBL moeten minstens 2 jeugdploegen (meisjes) naar keuze opstellen.
  • c) Er wordt geen Interprovinciale competitie voor Dames ingericht.
  • d) De clubs van de 1ste Provinciale afdeling VBL moeten minstens 1 jeugdploeg (meisjes) naar keuze opstellen.


NOTA
De verplichting tot het opstellen van jeugdploegen is niet cumulatief d.w.z. enkel de verplichting van de hoogst spelende seniorploeg (dames) zal in aanmerking genomen worden.


Voor clubs die zowel met een seniorploeg heren als met een seniorploeg dames aantreden blijven de hierboven vermelde nota’s zowel voor heren als voor dames afzonderlijk van toepassing.

NB. Elke club uit 1ste provinciale die stijgt naar een landelijke afdeling moet in orde zijn vanaf het 2de competitiejaar in de landelijke afdeling
 

B) Organisatie van de competitie:

1) Het Landelijk kampioenschap U21, U18 en U16 (jongens) - U14 (gemengd) – U19, U16 en U14 (meisjes)

  • a) De ploegen die deelnemen aan de competitie in een categorie van het landelijk kampioenschap voor jeugdploegen betwisten de titel van “Kampioen van Vlaanderen” voor deze categorie.
  • b) Het Departement Competitie zorgt voor een vlotte organisatie van dit kampioenschap en maakt er de kalender van op. Het vormt de reeksen.
  • c) Al de wedstrijden van deze reeksen worden in zaal gespeeld.
  • d) Dag en uur van de ontmoetingen worden overgelaten aan de voorkeur van de bezochte club, voor zover hun keuze niet tegenstrijdig is met de overige statutaire bepalingen.
  • e) Op het einde van het kampioenschap wordt een eindronde gespeeld tussen de respectievelijke winnaars van elke reeks. Zij betwisten elkaar de titel van “Kampioen van Vlaanderen”.
  • f) Een club kan slechts één ploeg per categorie inschrijven.
  • g) Alle wedstrijden moeten doorgaan, zelfs als er geen scheidsrechters aanwezig zijn”.

2) Het Interprovinciaal kampioenschap U21, U18 en U16 (jongens) – U19, U16 en U14 (meisjes)

  • a) Indien er in tenminste 1 provincie, voor een bepaalde jeugdcategorie, een tekort aan ploegen blijkt te zijn om een volwaardige provinciale competitie te organiseren (minstens 8 ploegen) dan kan het Departement Competitie overgaan tot het inrichten, voor die jeugdcategorie, van een Interprovinciale Jeugdcompetitie (IJC).
  • b) Het Departement Competitie bepaalt op welke provincies beroep dient gedaan te worden om tot een volwaardige competitie te komen, zonder evenwel uit het oog te verliezen dat de betrokken clubs eigenlijk aan een Provinciale competitie wensten deel te nemen. Dit betekent o.m. dat de afstanden tussen de diverse locaties redelijk moeten blijven.
  • c) Clubs kunnen in geen geval verplicht worden in te schrijven voor een IJC. De deelname van clubs gebeurt steeds op vrijwillige basis en vereist daarenboven het akkoord van het PC van de provincie waartoe een club-kandidaat-deelnemer behoort..
  • d) Een club kan met meerdere ploegen aantreden per categorie van de IJC.
  • e) De deelnemende ploegen betwisten de titel van Interprovinciaal Kampioen. Daarnaast staat het de PC’s vrij te beslissen of de eerst geplaatste ploeg van hun provincie de titel van Provinciaal Kampioen toegewezen krijgt.
  • f) Het Departement Competitie zorgt voor een vlotte organisatie van dit kampioenschap en maakt er de kalender van op. Het vormt de reeksen.
  • g) Om te bepalen of een club over een zaal dient te beschikken zijn de bepalingen van CD art 262 van toepassing.
  • h) Ook als er geen scheidsrechters aanwezig zijn dient elke wedstrijd van de IJC door te gaan.
  • i) Dag en uur van de ontmoetingen worden overgelaten aan de voorkeur van de bezochte club, voor zover hun keuze niet tegenstrijdig is met de overige statutaire bepalingen van de provinciale competitie (zie CD art. 261).

3) Het Provinciaal kampioenschap

a) Provinciaal niveau

  • Jongens: U21, U18, U16 en U14, U12, U10 en U8
  • Meisjes: U21, U19, U16 en U14, U12, U10 en U8

(1) De Provinciale Comités zijn verantwoordelijk voor het samenstellen van reeksen en de organisatie van alle wedstrijden die leiden tot de titel van Provinciaal Kampioen binnen hun provincie.
(2) Alle wedstrijden moeten doorgaan, zelfs als er geen scheidsrechters aanwezig zijn.
(3) Een club kan slechts één ploeg per categorie inschrijven op voorwaarde dat er een gewestelijke competitie georganiseerd wordt.
(4) De ploegen die deelnemen aan een provinciale competitie, betwisten in een provinciale eindronde de titel van Provinciaal Kampioen, nadat zij de titel behaald hebben in hun reeks.

b) Gewestelijk niveau

Ieder PC kan in aanvulling en naar analogie van de provinciale competitie een gewestelijke competitie inrichten.

c) Indien er in tenminste 1 provincie een tekort aan ploegen blijkt te zijn in een bepaalde jeugdcategorie om een volwaardige provinciale competitie te organiseren (minstens 8 ploegen) dan kan het Departement Competitie over gaan tot het inrichten, voor die jeugdcategorie, van een Interprovinciale Jeugdcompetitie (IJC). Zie punt 2 hierboven.

II. SANCTIES
Indien de bepalingen betreffende de verplichte opstelling van jeugdploegen niet nageleefd worden, zullen de clubs, per ontbrekende ploeg een boete, vastgesteld in de TTB oplopen.

Het Algemeen Forfait wordt met niet-inschrijving gelijkgesteld.


ART. 258 – INSCHRIJVING IN AFDELING RESERVEN

Er zijn geen reserveploegen in de Landelijke Afdelingen.


ART. 259 – JAARKALENDER

De Raad van Bestuur is gehouden een jaarkalender op te stellen waarin alle belangrijke basketactiviteiten vermeld zijn.

De data van het landelijk, het interprovinciaal en het provinciaal kampioenschap evenals de landelijke jeugdbekers zullen voorgesteld worden op een AV voor het komende seizoen op voorstel van het Departement Competitie.

Indien een kampioenschapswedstrijd geherprogrammeerd wordt op dezelfde dag of weekend voorzien voor de Beker van Vlaanderen, heeft deze laatste altijd voorrang en moet de kampioenschapswedstrijd verplaatst worden na overleg met de betrokken clubs.


ART. 260 – KALENDER

A) KALENDER VAN HET SEIZOEN

De kalender van de landelijke afdelingen wordt opgemaakt door en onder verantwoordelijkheid van het Departement Competitie.

Het doet hierbij het nodige om te vermijden dat de eerste ploegen van twee clubs uit dezelfde gemeente tezelfdertijd thuiswedstrijden zouden spelen of, indien dit niet mogelijk is, om de last van de concurrentie billijk te verdelen.

Vooraleer tot het opstellen van de kalender over te gaan, moet het Departement Competitie voor iedere landelijke afdeling een vergadering beleggen waar de betrokken clubs hun wensen zullen naar voren brengen.

De Raad van Bestuur mag toelating geven om de voorziene vergadering te vervangen door een oproep tot de clubs.

De kalender wordt uiterlijk op 1 juli door het Departement Competitie aan de Raad van Bestuur en de PC’s gestuurd.

De samenstelling van de reeksen zal door het Departement Competitie meegedeeld worden aan Raad van Bestuur en aan de PC's ten laatste op 15 juni.

Onmiddellijk daarop – na vastgesteld te hebben dat de organisatie van een IJC opportuun is - stelt het Departement Competitie de kalender voor de IJC op. Tezelfdertijd stellen de PC's de kalender van de provinciale afdelingen op. Departement Competitie en de PC’s maken respectievelijk de kalender IJC en de kalender van de Provinciale Competities ten laatste op 15 juli aan de clubs bekend

B) WEKELIJKSE KALENDER

Voor de uitgestelde wedstrijden in toepassing van CD art. 273, de te herspelen of testwedstrijden publiceren de secretarissen van het bevoegd Departement of Comité de lijst van de afgelaste en gewijzigde wedstrijden, ten minste 6 dagen op voorhand in het blad voor de officiële mededelingen (de website van de VBL).

C) WIJZIGINGEN AAN DE KALENDER

Elke aanvraag vanwege een club tot wijziging van locatie, uur en /of dag van een wedstrijd opgenomen in de definitieve kalender moet gebeuren via de automatische werkwijze van het Smart Client programma van de VBL, behalve bij de specifieke gevallen beschreven in artikel VCD 272. De aanvraag met akkoord van de tegenstrever moet ten laatste 10 dagen voor de voorziene wedstrijddatum aangeboden worden ter goedkeuring via het berichtencentrum aan de bevoegde instantie. Elke club is verplicht om binnen de 7 kalenderdagen een goedkeuring of afwijzing te geven op de aanvraag tot kalenderwijziging via Smart Client.

Als een club welke een aanvraag tot kalenderwijziging indiende via Smart Client voor een wedstrijd en geen antwoord ontvangt van zijn tegenstrever dan moet de club de bevoegde instantie hierover informeren. Deze zal uiteindelijk definitief beslissen over de aanvraag.

Het bevoegde Departement of Comité kan de wijziging toestaan of weigeren. De melding van de genomen beslissing gebeurt via het berichtencentrum van het Smart Client programma.

Als een aanvraag wordt toegestaan door de bevoegde instantie voor alle geprogrammeerde wedstrijden door een ploeg te betwisten tijdens het seizoen, zal er een forfaitair bedrag voorzien in de TTB aangerekend worden.

De goedgekeurde kalenderwijziging van locatie, uur en /of dag verschijnt automatisch op de kalender van de VBL.


ART. 261 – DAGEN VAN DE KAMPIOENSCHAPWEDSTRIJDEN

1) Definities

  • a) Weekend: begint op vrijdag om 18:00 uur en eindigt de zondagavond 23:59 uur.
  • b) Weekdagen: dagen (of momenten) die niet tot het weekend behoren
  • c) Feestdagen: dagen dewelke door de nationale of gewestelijke overheden officieel erkend zijn als feestdag, al dan niet samenvallend in het weekend of op een weekdag.

2) Seniorwedstrijden in het weekend

  • a) op vrijdag: Resultaatgebonden seniorwedstrijden mogen niet voor 20:00 uur noch na 21:00 uur beginnen zonder het akkoord van de bezoekende ploeg.
  • b) op zaterdag: Resultaatgebonden seniorwedstrijden mogen niet vóór 16:00 uur noch na 21:00 uur beginnen zonder het akkoord van de bezoekende ploeg.
  • c) op zondag: Resultaatgebonden seniorwedstrijden mogen niet voor 10:00 uur noch na 18:00 uur beginnen zonder het akkoord van de bezoekende ploeg.

3) Seniorwedstrijden op feestdagen

  • a) indien de feestdag een maandag, dinsdag, woensdag, donderdag betreft kunnen resultaatgebonden seniorwedstrijden niet voor 11:00 uur noch na 18:00 uur beginnen zonder het akkoord van de bezoekende ploeg.
  • b) indien een feestdag op een vrijdag of een zaterdag valt kunnen resultaatgebonden seniorwedstrijden niet voor 11:00 uur noch na 21:00 uur beginnen zonder het akkoord van de bezoekende ploeg.
  • c) indien de feestdag op zondag valt, dan is bepaling van 2c van toepassing.

4) Seniorwedstrijden op weekdagen
Wedstrijden die op weekdagen gespeeld worden, mogen niet vóór 20:00 uur, noch na 21:00 uur beginnen zonder akkoord van de bezoekende ploeg.

5) De jeugdwedstrijden (provinciaal, interprovinciaal en landelijk)
a) Voor resultaatgebonden jeugdwedstrijden.

  • a. op weekdagen (maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag kunnen nooit doorgaan zonder het akkoord van de bezoekende ploeg.
  • b. op zaterdag of zondag of op feestdagen mogen niet voor 09:00 uur beginnen. De landelijke jeugdwedstrijden mogen niet voor 10:00 uur beginnen zonder akkoord van de bezoekende ploeg. De provinciale, interprovinciale en landelijke jeugdwedstrijden mogen niet na 17:00 uur beginnen zonder het akkoord van de bezoekende ploeg.
  • c. voor de reeks U21 jongens en U19 meisjes mogen op zaterdag niet voor 09:00 uur (landelijk 10:00 uur) beginnen, of niet later dan 13:00 uur (landelijk 12:00 uur) beginnen, zonder het akkoord van de bezoekende ploeg.

b) Voor niet-resultaatgebonden wedstrijden is sowieso altijd het akkoord van de bezoekende ploeg vereist.


ART 262 – HET SPEELVELD EN DE UITRUSTING

a) Alle competitie- en bekerwedstrijden moeten in zaal gespeeld worden. Uitzonderingen kunnen mits gemotiveerde jaarlijkse aanvraag, in te dienen vóór 15 april op het SG, door de RvB toegestaan worden.
b) Deze wedstrijden dienen betwist te worden op een door het departement competitie gehomologeerd speelveld.
c) Het volledige reglement betreffende het speelveld en de uitrusting is terug te vinden op de Website van de VBL onder de rubriek “Competitie”. Bij overtreding van dit reglement is een in de TTB voorzien boete van toepassing. Interpretaties en afwijkingen op het Fiba-reglement moeten door de AV met een 2/3de meerderheid goedgekeurd worden.


ART. 263 – RECLAME OP HET TERREIN VAN DE CLUBS DIE AANTREDEN IN LANDELIJKE HEREN EN DAMES

Het aanbrengen van reclame op de terreinen (zie Art. 2 van de Officiële Basketbalregels) is onderworpen aan een voorafgaandelijke toelating van de Raad van Bestuur van de VBL.

Indien deze toelating niet gevraagd werd, is de boete zoals vermeld in de TTB van toepassing.


ART. 264 – VORMING VAN DE AFDELINGEN

A) DALEN HEREN

A.1 Nationaal Heren

Het dalen uit een Nationale Reeks naar een Landelijke Reeks geschiedt volgens de normen voorzien in het competitieboek van Prombas.

A.2 Landelijk Heren

1) Zullen dalen uit Landelijke 1

de clubs die dertiende en veertiende gerangschikt zijn in 1ste Landelijke afdeling heren naar een lagere reeks. afhankelijk van het aantal dalers uit TDM 2 (PromBas) zullen ploegen die 12de, 11de eindigen dalen naar een lagere afdeling.

2) Zullen dalen uit de Landelijke II

de clubs die twaalfde, dertiende en veertiende gerangschikt zijn in beide reeksen van de II de Landelijke afdeling heren naar een lagere reeks.

afhankelijk van het aantal dalers uit Landelijke I zullen er bijkomende dalers zijn; eventueel aan te duiden via testwedstrijden.

N.B.: Clubs die algemeen forfait verklaren volgens de bepalingen van CD artikel 275 zullen steeds dalen naar de laagste provinciale afdeling.

Ook de bepalingen van AD artikel 66 blijven volledig van kracht.
 

B) STIJGEN HEREN

B.1.Nationaal

Zijn gerechtigd te stijgen naar TDM 2 (PromBas) de clubs die als eerste en tweede gerangschikt staan in de Landelijke I.

B.2 Landelijke I Heren

Zijn gerechtigd te stijgen naar Landelijk I de clubs die als eerste gerangschikt staan in de beide reeksen van Landelijke II.

Bijkomende stijgers zullen steeds via eindrondes of testrondes bepaald worden.

B.3. Landelijke II Heren

Zijn gerechtigd te stijgen naar Landelijk II de clubs die als eerste gerangschikt staan in de Eerste Provinciale Afdeling van de 5 Vlaamse Provincies en de tweede gerangschikte van de provincie die aan de beurt is volgens de opgestelde beurtrol “gerechtigde stijger”. Het volgende seizoen levert de volgens deze beurtrol volgende provincie de als tweede gerangschikte, gerechtigde stijger.

Indien plaatsen vrij komen voor bijkomende stijgers, dan zullen deze toegewezen worden aan de overige tweede gerangschikte in volgorde van de beurtrol “bijkomende stijger heren”.

Indien onvoldoende tweede gerangschikte clubs bereid zijn om de bijkomende plaatsen in te nemen, zullen deze toegewezen worden aan de derde gerangschikte clubs in volgorde van de beurtrol “bijkomende stijger heren” en zo verder, met uitsluiting van de verplicht dalende clubs.

Het volgende seizoen begint de beurtrol “bijkomende stijger heren” na de provincie die het voorafgaande seizoen voorzag in de laatste bijkomende stijger.

De volgorde van de beurtrollen ”gerechtigde stijger” en “bijkomende stijger heren” is vastgelegd in functie van het aantal ploegen dat de competitie in het seizoen 2003-2004 beëindigd heeft en zal ieder seizoen voor aanvang van de reguliere competitie door het Departement Competitie gepubliceerd worden op de website van de VBL.

Voor de provincies die op hun Algemene Provinciale Vergadering beslist hebben Play-offs in te richten in de eerste provinciale reeks, zal het in artikel CD 297 voorziene play-off reglement duidelijk bepalen hoe de finale rangschikking in deze reeks zal bepaald worden.

Daardoor moet minstens duidelijk worden welke ploegen van deze provincie in aanmerking komen als gerechtigde stijger en als eerste bijkomende stijger.


C) DALEN DAMES

C.1.Nationaal Dames

Het dalen uit een Nationale Reeks naar een Landelijke Reeks geschiedt volgens de normen voorzien in het competitieboek van PromBas.

C. 2. Landelijk Dames

1) Zullen dalen uit Landelijke 1

  • de clubs die dertiende en veertiende gerangschikt zijn in 1ste Landelijke afdeling dames naar een lagere reeks.
  • afhankelijk van het aantal dalers uit TDW 1 (PromBas) zullen ploegen die 12de, 11de eindigen dalen naar een lagere afdeling.

2) Zullen dalen uit de Landelijke II

  • de clubs die dertiende en veertiende gerangschikt zijn in beide reeksen van de II de Landelijke afdeling Dames naar een lagere reeks.
  • de verliezer van de eindronde tussen de in beide reeksen als twaalfde gerangschikte ploegen naar een lagere reeks (Provinciale reeks).

N.B.: Clubs die algemeen forfait verklaren volgens de bepalingen van CD artikel 275 zullen steeds dalen naar de laagste provinciale afdeling.

Ook de bepalingen van AD artikel 66 blijven volledig van kracht.
 

D) STIJGEN DAMES

D.1 Nationaal

Is gerechtigd te stijgen naar TDW 1 (PromBas) de club die als eerste gerangschikt staat in de 1ste Landelijke Afdeling.

D.2 Landelijke I Dames

Zijn gerechtigd te stijgen naar Landelijk I de clubs die als eerste gerangschikt staan in de beide reeksen van Landelijke II.

Bijkomende stijgers zullen steeds via eindrondes of testrondes bepaald worden.

D.3 Landelijke II Dames

Zijn gerechtigd te stijgen naar Landelijk II de clubs die als eerste gerangschikt staan in de Eerste Provinciale Afdeling van de 5 Vlaamse Provincies.

Indien plaatsen vrij komen voor bijkomende stijgers, dan zullen deze toegewezen worden aan de tweede gerangschikte in volgorde van de beurtrol “bijkomende stijger dames”.

Indien onvoldoende tweede gerangschikte clubs bereid zijn om de bijkomende plaatsen in te nemen, zullen deze toegewezen worden aan de derde gerangschikte clubs in volgorde van de beurtrol “bijkomende stijger dames” en zo verder, met uitsluiting van de verplicht dalende clubs.

Het volgende seizoen begint de beurtrol “bijkomende stijger dames” na de provincie die het voorafgaande seizoen voorzag in de laatste bijkomende stijger.

De volgorde van de beurtrollen “bijkomende stijger dames” is vastgelegd in functie van het aantal ploegen dat de competitie in het seizoen 2003-2004 beëindigt heeft en zal ieder seizoen voor aanvang van de reguliere competitie door het Departement Competitie gepubliceerd worden op de website van de VBL.

Voor de provincies die op hun Algemene Provinciale Vergadering beslist hebben Play-offs in te richten in de eerste provinciale afdeling, zal het in artikel CD 297 voorziene play-off reglement duidelijk bepalen hoe de finale rangschikking in deze reeks bepaald wordt. Daardoor moet minstens duidelijk worden welke ploegen van deze provincie in aanmerking komen als gerechtigde stijger en als eerste bijkomende stijger.
 

E) AFSTAND DOEN VAN VERPLICHTING TOT STIJGEN

Een club kan afstand doen van de verplichting om te stijgen. In dat geval wordt CD artikel 256 toegepast. Zie speciale regeling CD 264.


F) PROVINCIAAL HEREN EN DAMES

Dalers en stijgers worden op het einde van het kampioenschap bepaald volgens de hoger vermelde principes:
Met andere woorden: het aantal stijgers wordt bepaald naargelang het aantal dalers.


G) VRIJGEKOMEN PLAATSEN

1) Als gevolg van ontslag, schrapping, afstand of onbedrijvigheid kunnen er bijkomend plaatsen vrijkomen. Indien er echter in een en dezelfde afdeling bijkomende dalers zouden zijn dan hebben deze voorrang op bijkomende stijgers om die vrijgekomen plaatsen in te vullen.

Indien er in dezelfde afdeling meerdere reeksen zijn, kan na de competitie overgegaan worden tot de organisatie van testwedstrijden of eindrondes, naargelang de noodzaak.

Plaatsen, die na 15 juni vrijkomen, worden niet meer aangevuld (noch verplicht, noch vrijwillig).

2) Indien een reeks het hoogst aantal ploegen (CD 255) niet bereikt, mogen deze vrijblijvend aangevuld worden door (in vernoemde volgorde):

  • De bijkomende dalers (in volgorde, best geklasseerde eerst) uit deze reeks,
  • De verplichte dalers (in volgorde, best geklasseerde eerst) uit deze reeks,
  • Alle andere ploegen, evenwel beperkt tot één niveau hoger dan dewelk zij in bedoeld competitiejaar zouden uitkomen,

Dit alles natuurlijk zonder strijdig te zijn met CD 253.


H) SPECIALE REGELING VOOR STIJGERS VAN 1ste LANDELIJKE HEREN EN DAMES EN 1STE PROVINCIALE HEREN EN DAMES

De gerechtigden moeten stijgen.

Bij afstand moeten zij dalen naar de laagste afdeling tenzij een andere club de vrijgekomen plaats inneemt en wel volgens de volgende prioriteit:

1) Clubs van 1ste Landelijke

  • de volgende clubs in het klassement van 1ste Landelijke afdeling behalve de dalende clubs.
  • de dalers uit de Nationale afdeling

2) Clubs van 1ste Provinciale

De volgende clubs in het klassement van 1ste Provinciale afdeling behalve de dalende clubs.


I) BIJZONDERE BEPALING:

Indien een ploeg die gerechtigd is te stijgen, niet kan stijgen op basis van het feit dat een hoger spelende ploeg van dezelfde club al in die reeks uitkomt, dan wordt deze plaats , onder dezelfde voorwaarden als van een bijkomende stijger, toegewezen aan de volgende ploeg in de rangschikking van die reeks.

Indien een ploeg die verplicht is te dalen daardoor uit zou komen in een reeks waar een lager spelende ploeg van deze club al actief is, dan zal in voorkomend geval de lager spelende ploeg dalen naar de lagere reeks.



ART. 265 – VORMING VAN DE REEKSEN

Alvorens de reeksen gevormd worden mogen de clubs hun wensen aan het bevoegd Departement of Comité laten kennen.

Het bevoegd Departement of Comité stelt zijn ontwerp op, publiceert het, ontvangt hierover eventuele opmerkingen en neemt dan een verantwoorde beslissing.


ART. 266 – WIJZIGING AAN DE FORMULE VAN DE KAMPIOENSCHAPPEN

Opdat wijzigingen aan de formule van de kampioenschappen zouden aangenomen worden is niet alleen vereist dat ze op de AV 2/3 van de stemmen behalen, maar ook dat 2/3 van de Afgevaardigden aanwezig zijn op het ogenblik van de stemming.

De beslissing van het in voege gaan wordt door de AV genomen en dit met de gewone meerderheid.


ART. 267 – MEDEDELING VAN DE UITSLAGEN

De uitslagen van de kampioenschap en bekerwedstrijden moeten alle dagen vóór 23.30 u en op zondag vóór 20 u, door de bezochte of organiserende club of door de bezoekers bij afwezigheid van de eerstgenoemde, aan het bevoegde Departement of Comité medegedeeld worden.

Iedere overtreding wordt beboet zoals in de TTB voorgeschreven.


ART. 268 – RANGSCHIKKING IN IEDERE REEKS

Alle officiële kampioenschappen worden met uit en thuiswedstrijden gespeeld.

Als de stand aan het einde van de tweede speelhelft gelijk is moet de wedstrijd worden voortgezet met een extra speeltijd van 5 minuten, of zoveel speeltijden van 5 minuten als nodig blijken om de gelijke stand op te heffen.

De maatregel betreffende de gelijke stand en verlengingen is alleen van toepassing op de kampioenschappen der senioren, die recht geven op stijgen en dalen.

Voor al de jeugdcategorieën en reservecompetitie zijn er GEEN verlengingen.

De klassering van de ploegen wordt bepaald op grond van de behaalde punten, overeenkomstig hun gewonnen, gelijkgespeelde en verloren wedstrijden, te weten 3 punten voor iedere gewonnen wedstrijd, 2 punten voor een gelijkspel, 1 punt voor een verloren wedstrijd en 0 punten voor een wedstrijd verloren met forfaitcijfers.

1) Als twee ploegen gelijk eindigen in deze klassering, dan bepaalt het resultaat van de tussen hen onderling gespeelde wedstrijden de volgorde in de klassering. In geval dat het doelgemiddelde van de onderling gespeelde wedstrijden tussen beide ploegen gelijk is, dan wordt de volgorde bepaald door het doelgemiddelde van alle door hun beide gespeelde wedstrijden in hun reeks.

2) Indien meer dan twee ploegen op gelijke hoogte staan in de klassering, dan wordt een tweede klassering gemaakt, waarbij alleen gelet wordt op resultaten van de onderling gespeelde wedstrijden van de betrokken ploegen tegen elkaar. In het geval dat er nog steeds ploegen gelijk staan in deze tweede klassering dan zal het gemiddelde (door deling) in beschouwing worden betrokken, waarbij alleen de resultaten van de onderling gespeelde wedstrijden tussen de betrokken ploegen zullen meetellen.

Staan er dan nog twee ploegen op gelijke hoogte dan wordt de volgorde bepaald door het GEMIDDELDE van alle wedstrijden van de betrokken ploegen in hun reeks.

Mocht op enig moment wanneer gebruik wordt gemaakt van de regeling genoemd in 2, de gelijke stand tussen meer dan twee ploegen worden gereduceerd tot een gelijke stand tussen twee ploegen, dan wordt automatisch de procedure als vermeld in 1 toegepast.

Mocht het worden gereduceerd tot een gelijke stand waarbij meer dan twee ploegen betrokken zijn, dan wordt de procedure zoals vermeld in de eerste alinea van 2 herhaald.

HET GEMIDDELDE DIENT ALTIJD TE WORDEN BEREKEND DOOR MIDDEL VAN DELING (het totaal van de gescoorde punten gedeeld door het totaal van de tegen gescoorde punten).

Bij eventuele betwisting is het commentaar van de Officiële Basketbalregels van toepassing.

3) Als 2 jeugdploegen met gelijke punten eindigen na de reguliere competitie, zal de kampioen bepaald worden door een testwedstrijd georganiseerd op neutraal terrein. Indien ze met meer dan twee zijn, zal men punt 2 toepassen om de twee eerste ploegen te bepalen. Deze zullen de testwedstrijd spelen.


ART. 269 – HERZIENING VAN DE RANGSCHIKKING ALS GEVOLG VAN SCHRAPPING, ONTSLAG, ONBEDRIJVIGHEID OF ALGEMEEN FORFAIT

Bij schrapping, ontslag, onbedrijvigheid of het algemeen forfait tijdens de sportieve kalenderdagen, worden al de uitslagen van de gespeelde wedstrijden van de betrokken club vernietigd.

Opmerking
Met sportieve kalenderdagen wordt bedoeld al de vooropgestelde officiële wedstrijden. Indien een club ontslag neemt of geschrapt wordt na afloop van het kampioenschap heeft dit geen weerslag op de rangschikking.