TITEL III – DE WEDSTRIJDEN


HOOFDSTUK I – ALGEMEENHEDEN

ART. 241 – DUUR VAN HET SEIZOEN
ART. 242 – ALGEMENE BEPALINGEN
ART. 243 – BESCHIKKING OVER SPEELVELDEN
ART. 244 – AANKONDIGING VAN WEDSTRIJDEN
ART. 245 – ARTIKEL GESCHRAPT AV 28 NOV 09
ART. 246 – VERPLICHTINGEN VAN DE BEZOCHTE CLUB OF ORGANISATOR VAN EEN TORNOOI
ART. 247 – LEIDING VAN DE WEDSTRIJDEN
ART. 248 – WEDSTRIJDFORMULIER
ART. 249 – VERBAAL GEWELD, WANORDELIJKHEDEN, INCIDENTEN
ART. 249 bis – WEDSTRIJD MET GESLOTEN DEUREN
ART. 250 – SPECIALE TOELATINGEN
ART. 251 – KLUCHTWEDSTRIJDEN
ART. 252 – GEVAL VAN OVERMACHT


HOOFDSTUK II – KAMPIOENSCHAPPEN

ART. 253 – DEELNAME AAN DE KAMPIOENSCHAPPEN
ART. 254 – OPSOMMING VAN DE KAMPIOENSCHAPPEN VOOR HEREN
ART. 255 – OPSOMMING VAN DE KAMPIOENSCHAPPEN VOOR DAMES
ART. 256 – INSCHRIJVINGEN EN VERBINTENISSEN
ART. 257 – ORGANISATIE VAN DE JEUGDCOMPETITIES
ART. 258 – INSCHRIJVING IN AFDELING RESERVEN
ART. 259 – JAARKALENDER
ART. 260 – KALENDER
ART. 261 – DAGEN VAN DE KAMPIOENSCHAPWEDSTRIJDEN
ART 262 – HET SPEELVELD EN DE UITRUSTING
ART. 263 – RECLAME OP HET TERREIN VAN DE CLUBS DIE AANTREDEN IN LANDELIJKE HEREN EN DAMES
ART. 264 – VORMING VAN DE AFDELINGEN
ART. 265 – VORMING VAN DE REEKSEN
ART. 266 – WIJZIGING AAN DE FORMULE VAN DE KAMPIOENSCHAPPEN
ART. 267 – MEDEDELING VAN DE UITSLAGEN
ART. 268 – RANGSCHIKKING IN IEDERE REEKS
ART. 269 – HERZIENING VAN DE RANGSCHIKKING ALS GEVOLG VAN SCHRAPPING, ONTSLAG, ONBEDRIJVIGHEID OF ALGEMEEN FORFAIT


HOOFSTUK III – AFGELASTEN VAN WEDSTRIJDEN

ART. 270 – ALGEMEEN UITSTEL
ART. 271 – AFGELASTE OF OVER TE SPELEN WEDSTRIJDEN EN KALENDERWIJZIGINGEN
ART. 272 – AFGELASTEN VAN EEN WEDSTRIJD DOOR EEN DEPARTEMENT, EEN COMITE OF EEN SCHEIDSRECHTER
ART. 273 – Artikel geschrapt op av van 23/03/2013


HOOFDSTUK IV – VERLOREN VERKLAARDE WEDSTRIJDEN

ART. 274 – GEVOLGEN VAN EEN VERLOREN VERKLAARDE WEDSTRIJD
ART. 275 – ALGEMEEN FORFAIT
ART. 276 – VERPLICHTINGEN VAN DE CLUB DIE OP VOORHAND FORFAIT VERKLAART
ART. 277 – VERLOREN VERKLAARDE WEDSTRIJDEN BIJZONDERE GEVALLEN

 

HOOFDSTUK V – TORNOOIEN – VRIENDSCHAPPELIJKE WEDSTRIJDEN – WEDSTRIJDEN TEGEN BUITENLANDSE TEAMS – INTERLANDENWEDSTRIJDEN

ART 278 – TORNOOIEN
ART 279 – VRIENDSCHAPPELIJKE WEDSTRIJDEN
ART. 280 – WEDSTRIJDEN TEGEN EEN BUITENLANDS TEAM
ART. 281 – INTERLANDENWEDSTRIJDEN


HOOFDSTUK VI – SPELERS

ART. 287 – SPELERS ZONDER GELDIGE VERGUNNING
ART. 288 – BUITENLANDSE SPELERS
ART. 289 – BEPALING VAN DE HOEDANIGHEID VAN BELG
ART. 290 – STATUUT VAN POLITIEK VLUCHTELING
ART. 291 – KWALIFICATIE ALS JEUGDSPELER
ART. 292 – JEUGDCATEGORIEEN
ART. 293 – UITRUSTING VAN DE SPELERS
ART. 294 – DEELNAME AAN TWEE KAMPIOENSCHAPPEN TIJDENS EEN ZELFDE SEIZOEN 103
ART. 295 – GESELECTEERDE SPELERS
ART. 295 bis – LEERLINGEN V/D TOPSPORTSCHOOL


HOOFDSTUK VII – DE EINDRONDEN

ART. 296 – EINDRONDEN
ART. 297 – PROVINCIALE PLAY-OFFS

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


HOOFSTUK III – AFGELASTEN VAN WEDSTRIJDEN

ART. 270 – ALGEMEEN UITSTEL

De bestuurder verantwoordelijk voor competitie kan beslissen tot een volledige of gedeeltelijke afgelasting van de wedstrijden van een speeldag.

Mededelingen daarover verschijnen op de website van de VBL uiterlijk om 17 uur daags voordien en zijn de enig geldige communicatie.


ART. 271 – AFGELASTE OF OVER TE SPELEN WEDSTRIJDEN EN KALENDERWIJZIGINGEN

De clubs moeten ten minste 6 dagen op voorhand ingelicht worden over dag en uur waarop de wedstrijden die afgelast of over te spelen zijn, zullen doorgaan, alsook over de kalenderwijzigingen.

Dit bericht moet door het bevoegd Departement of Comité per brief, fax of mail aan de secretaris van de betrokken club worden gezonden.

Uitzondering bij algemene afgelasting omwille van weersomstandigheden in de eerste ronde, hier moeten de wedstrijden gespeeld worden op de eerstvolgende voorziene vrije speeldag zoals vermeld in de jaarkalender. Deze wedstrijden moeten niet betwist worden voor het begin van de 2de ronde.

De wedstrijden die het voorwerp zijn van een kalenderwijziging in de tweede ronde van de kampioenschappen die aanleiding geven tot stijgen en/of dalen moeten betwist worden voor de twee laatste speeldagen van het kampioenschap.

Uitzondering de competities die in 2 rondes gespeeld worden. Hier moet de uitgestelde wedstrijd gespeeld worden voor het einde van de eerste ronde.


ART. 272 – AFGELASTEN VAN EEN WEDSTRIJD DOOR EEN DEPARTEMENT, EEN COMITE OF EEN SCHEIDSRECHTER

Wanneer en club vraagt één van zijn wedstrijden af te gelasten in toepassing van onderhavig artikel, mag het bevoegd Departement of Comité niet overgaan tot een algemene afgelasting.

Dit artikel is integraal toepasselijk voor alle afdelingen.

Een wedstrijd mag in de volgende gevallen door het bevoegd Departement of Comité afgelast worden:

A) ONBESCHIKBAARHEID VAN GESELECTEERDE SPELERS EN TRAINERS
Indien een speler of trainer niet beschikbaar is omdat hij opgenomen werd in een door de Raad van Bestuur erkende selectie, of wegens interlandwedstrijden afgesloten door de Raad van Bestuur of door de legerstaf van het nationaal militaire team, moet zijn club de tegenstrever verwittigen en het bevoegd Comité, 72 uren vóór de wedstrijd, en de bewijsstukken voorleggen die haar vraag om
uitstel rechtvaardigen.

Een Belgische club die een speler opstelt van vreemde nationaliteit mag zich niet verzetten tegen de activiteit van belanghebbende in de nationale ploeg van zijn land. Het ter beschikking stellen van dergelijke speler zal het uitstellen van een of meer wedstrijden van zijn club van de VBL niet als gevolg hebben.

B) OVERMACHT

  1. Indien een club die weigerde een wedstrijd te spelen, zich kon rechtvaardigen voor het bevoegd Departement of Comité.
  2. Indien een team zich op het vastgestelde uur niet op het speelveld heeft kunnen aanmelden. De teams die zich per auto verplaatsen moeten hun gemeente tijdig verlaten om het speelveld van hun tegenstrevers ten minste een half uur vóór de opworp te bereiken. Zij zullen hiervoor rekening houden met een gemiddelde snelheid van 60 km/uur. Bij ongeval of vertraging moeten de clubs het bewijs leveren van hun goodwill en van de inachtneming van deze voorschriften.

C) AFWEZIGHEID VAN SCHEIDSRECHTER
Indien na toepassing van CD art. 222, een wedstrijd niet kon doorgaan.

D) AFGELASTEN OF STILLEGGEN VAN DE WEDSTRIJD DOOR DE SCHEIDSRECHTER
Een wedstrijd mag door de scheidsrechter afgelast of stilgelegd worden:

  1. wegens onbespeelbaarheid van het veld;
  2. wegens guur weer;
  3. wegens onvoldoende zichtbaarheid;
  4. bij vriestemperaturen lager dan min 3° C;
  5. wanneer de temperatuur in een zaal de 25° C overtreft;
  6. wegens het breken van borden en/of ringen – zie JD art 429, 1, b;
  7. om welke andere reden dan ook die door de scheidsrechter als overmacht wordt beschouwd.

Wanneer een wedstrijd door de scheidsrechter afgelast wordt op grond van dit artikel, mag de bezochte club voorstellen te spelen op een ander veld dat het zal aanwijzen.

In dat geval, en voor zover de wedstrijd binnen het uur na de beslissing van de scheidsrechter kan aanvangen, kan het bezoekende team weigeren.

Indien de bezoekende ploeg weigert, heeft zij geen recht op compensatie van de nieuwe reiskosten. De scheidsrechter noteert dit in zijn verslag.

Indien een wedstrijd, om welke reden dan ook, door de scheidsrechter ter plaatse afgelast wordt betaalt men aan de scheidsrechters de reiskosten en een vaste vergoeding, vermeld in de TTB.

Indien beslist wordt dat een wedstrijd dient herspeeld op kosten van de Federatie dan neemt de VBL in geen geval extra-sportieve kosten ten laste doch doet zij dit wel, en uitsluitend, voor volgende wedstrijd gebonden kosten:

  • a) de scheidsrechterkosten;
  • b) de verplaatsingskosten van de bezoekende ploeg (4 wagens, elk voor de afgelegde afstand);
  • c) de kosten voor het gebruik van de sportaccommodaties, dit op basis van een voor te leggen factuur of ander bewijsstuk. In ieder geval moet blijken dat het om een gebruikelijk bedrag gaat. Daarenboven wordt het maximum uitkeerbare bedrag hier beperkt tot 100 Euro voor één wedstrijd”.

ART. 273 – ARTIKEL GESCHRAPT OP AV VAN 23/03/2013

 

HOOFDSTUK IV – VERLOREN VERKLAARDE WEDSTRIJDEN

ART. 274 – GEVOLGEN VAN EEN VERLOREN VERKLAARDE WEDSTRIJD

Het team dat om welke reden dan ook, van een verloren verklaarde wedstrijd geniet, wint de wedstrijd met de score aangegeven in de officiële basketbalregels. Behalve in geval van overmacht geeft iedere verloren verklaarde wedstrijd voor de club die hem ondergaat, aanleiding tot een door de TTB voorgeschreven boete.

Anderzijds:
1) Draagt de bezochte club die afwezig is de hierna vermelde lasten:

  • a) de arbitragekosten, en die van de wedstrijdcommissaris als er een voorzien is;
  • b) een door de TTB voorgeschreven vergoeding aan de bezoekende club;
  • c) betaling aan de bezoekende club als tussenkomst in de reiskosten en dit in verhouding tot het aantal wagens vermeld in de TTB.

2) Draagt de bezoekende club die afwezig is, de volgende lasten:

  • a) de arbitragekosten, en die van de wedstrijdcommissaris als er een voorzien was, worden gestort in de compensatiekas of terug betaald aan de bezochte club indien deze ze vereffende;
  • b) een door de TTB voorgeschreven vergoeding aan de bezochte club.

3) Indien beide clubs afwezig zijn, worden de arbitragekosten en de eventuele kosten voor de wedstrijdcommissaris ten laste gelegd van de bezochte club.

4) Wanneer een ploeg forfait verklaart tijdens een heenwedstrijd, moet ze verplicht een uitwedstrijd spelen tijdens de terugronde.

Binnen de 3 weken die op het forfait volgen moet de benadeelde club schriftelijk aan het bevoegd Departement of Comité en aan de tegenstrever bevestigen wanneer de zaal (of terrein) beschikbaar is in het weekend voorzien voor de returnwedstrijd. Wanneer aan deze voorwaarden niet voldaan wordt, zal zij verplicht zijn de returnwedstrijd te spelen zoals het aanvankelijk op de kalender voorzien was. De tussenkomst in de reiskosten van 4 wagens per afgelegde kilometer wordt betaald door de tegenstrever en dit overeenkomstig het bedrag vermeld in de TTB.

5) Wanneer de bezoekende club bij de returnwedstrijd forfait verklaart, zal deze aan de bezochte club de tussenkomst in de reiskosten betalen van 4 wagens per afgelegde kilometer overeenkomstig het bedrag vermeld in de TTB.

6) Indien een reserveploeg forfait geeft, moet de tussenkomst in de reiskosten en vergoeding betaald worden (cfr 2b).


ART. 275 – ALGEMEEN FORFAIT

In geval van algemeen forfait betaalt de uitvallende club een door de TTB voorgeschreven boete.

NOTA'S

  1. Wanneer een nieuw opgerichte club, gedurende zijn eerste jaar van bestaan, algemeen forfait moet verklaren voor een van zijn teams, oordeelt het bevoegd Comité of de boete al dan niet opgelegd wordt.
  2. CD art. 274 vervalt niet bij de aankondiging van het algemeen forfait, indien het falende team op dat ogenblik strafbaar was. De aankondiging moet ten minste tien dagen op voorhand toekomen.
  3. Een team dat nog maar drie of minder wedstrijden te spelen heeft, kan geen algemeen forfait verklaren.
  4. Het team dat drie opeenvolgende forfaits geeft wordt algemeen forfait verklaard, in een competitie met stijgen en dalen, behalve in geval 3 van dit artikel.
  5. Wanneer een club een seniorteams in het kampioenschap ingeschreven heeft, en deze inschrijving intrekt na een periode van acht dagen te beginnen op de donderdag volgend op de publicatie van de definitieve samenstelling van de reeksen in het OO (de website van de VBL), zal voor dit team algemeen forfait verklaard worden.
  6. Een ploeg die aantreedt in een reeks met stijgen en dalen en waarvoor de club die algemeen forfait verklaart zal het volgend seizoen naar de laagste provinciale afdeling dalen. Eventuele andere seniorploegen van de betrokken club blijven hun sportieve rechten behouden.
  7. In de veronderstelling dat een club forfait geeft voor de tweede ronde, kunnen de ploegen die in de 1° ronde op het terrein van die club speelden niet genieten van de toepassing van CD art. 274 t.t.z. de terugbetaling van de gemaakte reiskosten.


ART. 276 – VERPLICHTINGEN VAN DE CLUB DIE OP VOORHAND FORFAIT VERKLAART

De club die voor een van zijn teams forfait verklaart moet het bevoegd Departement of Comité en de secretaris van zijn tegenstrever ten laatste 72 uren vóór de wedstrijd hierover inlichten.

De door CD art. 276 voorgeschreven sancties worden toegepast.

Indien het bevoegd Departement of de bevoegde Comités de secretaris van de tegenstrever en de scheidsrechter minder dan 72 uren op voorhand verwittigd werden, dan treft de club een boete voorgeschreven in de TTB (Art. 274). Deze laatste kan echter, na onderzoek, door het bevoegd Departement of Comité kwijtgescholden worden.


ART. 277 – VERLOREN VERKLAARDE WEDSTRIJDEN BIJZONDERE GEVALLEN

Een wedstrijd wordt verloren verklaard met toepassing van CD art. 274:

  1. Voor het team dat een speler, een coach of een assistent-coach op het wedstrijdformulier vermeldt die niet voldoet aan de voorschriften van CD art. 217.
  2. Voor het bezochte team, indien de scheidsrechter oordeelt dat de wedstrijd niet regelmatig kan verlopen omdat het onontbeerlijk materiaal niet voorhanden is of ernstige gebreken vertoont, of indien het speelveld op onvoldoende wijze afgebakend is.
  3. Voor het team dat onder toepassing valt van de door de spelregels voorziene gevallen van verloren verklaarde wedstrijd.
  4. Voor het team dat wegens gebrek aan aantekenaar, tijdopnemer of 24" operator, het spelen van een wedstrijd verhindert.
  5. Voor het team dat onder toepassing valt van CD art. 238, CD art. 287 en JD art. 429.


NOTA
A) Het team dat zich op het officieel vastgestelde aanvangsuur niet in speelkledij op het terrein bevindt of dat vertraging veroorzaakt wordt beboet zoals voorgeschreven in de TTB op voorwaarde dat de wedstrijd is doorgegaan.
B) Indien de wedstrijd niet is doorgegaan dan zal de bevoegde Rechterlijke Raad, mits een klacht tegen de administratieve beslissing werd ingediend, oordelen over de gegrondheid van de redenen die de vertraging veroorzaakt hebben.

  • Zijn de redenen aanvaardbaar, dan zal de wedstrijd opnieuw geprogrammeerd worden, behalve de wedstrijden van de reserveploegen.
  • Zijn deze redenen niet aanvaardbaar dan zal de bevoegde Rechterlijke Raad een forfait uitspreken en de boete voorzien in de TTB opleggen.



HOOFDSTUK V – TORNOOIEN – VRIENDSCHAPPELIJKE WEDSTRIJDEN – WEDSTRIJDEN TEGEN BUITENLANDSE TEAMS – INTERLANDENWEDSTRIJDEN

ART 278 – TORNOOIEN

A) VERPLICHTINGEN
De organisator van een tornooi moet vooraf een verzoek aan het betrokken PC richten.

Voor ieder tornooi schrijft de TTB een administratieve kost (verwerkingskost) voor.

Alle voorschriften van CD Art. 229 – CD Art. 246 en CD Art 251 zijn van toepassing op de tornooiwedstrijden.

B) FORMALITEITEN
Op straf van boete, voorgeschreven in de TTB, moet de organiserende club of de VBL (indien zij het tornooi organiseert) ten minste twee (2) weken voor aanvangsdatum, in één (1) exemplaar op het officieel formulier ondertekend door de clubsecretaris, een aanvraag indienen bij het Provinciaal Comité en één (1) exemplaar van het reglement bijvoegen.

Indien clubs van meer dan één provincie deelnemen aan een tornooi zal het PC de stukken, binnen de 5 dagen na ontvangst, doorsturen naar het Departement Competitie van de VBL.

Betreft het een tornooi met een wisselbeker die jaarlijks opnieuw toegekend wordt, dan moet de houder ervan eventuele wijzigingen aan het reglement medeondertekenen. Is het tornooi voorbehouden aan Belgische ploegen dan moeten de laatste drie houders van de wisselbeker de eventuele wijzigingen aan het reglement medeondertekenen.

Ingeval door één of meer clubs forfait verklaard wordt, dan moeten de namen van de vervangende clubs vóór aanvang van het tornooi medegedeeld worden aan het Departement of Comité dat de toestemming gaf op straffe van boete voorgeschreven in de TTB.

Een club mag in een tornooi geen speler opstellen die toegewezen is aan een andere club, zonder schriftelijke toestemming van deze laatste. Sancties worden in CD Art. 287 aangegeven.

Het bevoegd Departement of Comité publiceert de lijst van de tornooien waarvoor toestemming verleend werd.


ART 279 – VRIENDSCHAPPELIJKE WEDSTRIJDEN

Worden beschouwd als vriendschappelijke wedstrijden:

  • alle wedstrijden die, buiten de kampioenschappen, bekers of tornooien, betwist worden tussen twee teams van verschillende clubs
  • wedstrijden tussen een recreatieve ploeg en een competitieploeg in de laagste provinciale reeks. Deze wedstrijden worden opgenomen in de reguliere competitie, er zijn geen bijkomende verplichtingen of formaliteiten aan verbonden. De uitslagen van deze wedstrijden tellen niet mee voor het klassement.

    De volgende wedstrijden worden NIET als vriendschappelijk beschouwd: de wedstrijden die:
     
  • doorgaan tijdens de clubtrainingen, EN
  • niet voorzien of toegestaan werden door een bevoegd Departement of Comité, EN
  • niet geleid worden door een officieel opgeroepen scheidsrechter, EN
  • die niet volledig onderworpen zijn aan de Officiële Basketbalregels.


A) VERPLICHTINGEN
De organisator van een vriendschappelijke wedstrijd moet vooraf een verzoek aan het betrokken PC richten, samen met het akkoord van beide clubs.

Voor iedere vriendschappelijke wedstrijd schrijft de TTB een administratieve kost (verwerkingskost) voor.

Alle voorschriften van CD Art. 229, Art. 246, Art 251, Art. 274 (met uitzondering van de punten 4 en 5) en Art. 276 zijn van toepassing op de vriendschappelijke wedstrijden.

B) FORMALITEITEN
Op straf van boete, voorgeschreven in de TTB, moet de organiserende club of de VBL (indien zij de wedstrijd organiseert) ten minste tien (10) dagen voor aanvangsdatum, in één (1) exemplaar op het officieel formulier ondertekend door de clubsecretaris, een aanvraag indienen bij het Provinciaal Comité

Indien clubs van meer dan één provincie deelnemen aan een vriendschappelijke wedstrijd zal het PC de stukken, binnen de 5 dagen na ontvangst, doorsturen naar het Departement Competitie van de VBL.

Indien een officiële wedstrijd niet kan doorgaan omdat ten minste één van de twee teams onvolledig is, dan mogen ze een vriendschappelijke wedstrijd spelen zonder voorafgaande aanvraag.

Wanneer alle wedstrijden van een speeldag afgelast worden, is het de clubs toegelaten vriendschappelijke wedstrijden te organiseren zonder voorafgaande aanvraag.

Ingeval door een club forfait verklaard wordt, dan moeten de naam van de vervangende clubs vóór aanvang van de vriendschappelijke wedstrijd medegedeeld worden aan het Departement of Comité dat de toestemming gaf op straffe van boete voorgeschreven in de TTB.

Een club mag in een vriendschappelijke wedstrijd geen speler opstellen die toegewezen is aan een andere club, zonder schriftelijke toestemming van deze laatste. Sancties worden in CD Art. 287 aangegeven.

Als “oefenwedstrijden van selectieploegen/Topsportschool” worden beschouwd oefenwedstrijden gespeeld door provinciale en landelijke selecties en ploegen van de Topsportschool/Middenschool waarin VBL-leden deelnemen in een officiële functie (speler, coach, begeleider, …) tegen een ploeg uit een VBL-club of een andere soortgelijke provinciale en landelijke selectie of Topsportschoolploeg.

Het bevoegd Departement of Comité publiceert de lijst van de vriendschappelijke wedstrijden waarvoor toestemming verleend werd.


ART. 280 – WEDSTRIJDEN TEGEN EEN BUITENLANDS TEAM

A) THUISWEDSTRIJDEN

  1. Op straffe van boete, voorgeschreven in de TTB, moet de organiserende club die een wedstrijd wil spelen tegen een buitenlands team, ten minste drie (3) weken voor aanvangsdatum, in één (1) exemplaar op het officieel formulier ondertekend door de clubsecretaris, een aanvraag indienen bij het Provinciaal Comité en alle stukken voorleggen die betrekking hebben op het aangegaan akkoord.
    Het Provinciaal Comité zal de stukken, binnen de 5 dagen na ontvangst, doorsturen naar het Departement Competitie van de VBL.
    Het Departement Competitie zal het geadviseerd dossier, binnen de 5 dagen na ontvangst, doorsturen aan het SG van de VBL dat het uiteindelijke beslissing neemt na onderzoek van de toestand van de buitenlandse club ten opzichte van de VBL. Het SG informeert de organiserende club.
    Gaat een toegestane wedstrijd niet door, dan moet het SG van de VBL binnen dezelfde termijn van 14 dagen daarvan op de hoogte gebracht worden.
     
  2. Voor iedere wedstrijd tegen een buitenlands team schrijft de TTB een administratieve kost (verwerkingskost) voor.
     
  3. Alle voorschriften van CD Art. 229 – CD Art. 246 en CD Art. 251 zijn van toepassing op de wedstrijden tegen een buitenlands team.
     
  4. Een club mag in een wedstrijd tegen een buitenlands team geen speler opstellen die toegewezen is aan een andere club, zonder schriftelijke toestemming van deze laatste. Sancties worden in CD Art. 287 aangegeven.


B) WEDSTRIJDEN IN HET BUITENLAND

  1. Op straffe van boete, voorgeschreven in de TTB, en een eventueel verbod voor alle toekomstgerichte wedstrijden in het buitenland, moet een club of een selectie die een wedstrijd in het buitenland wil spelen, een aanvraag tot deelname aan een buitenlandse wedstrijd stellen bij het SG, ten minste drie (3) weken voor de wedstrijddatum. Na onderzoek van de toestand van de buitenlandse club ten opzichte van de VBL neemt het SG de uiteindelijke beslissing en informeert de aanvragende club.
     
  2. Voor iedere wedstrijd in het buitenland schrijft de TTB een administratieve kost (verwerkingskost) voor.
     
  3. Op straffe van boete, het wedstrijdformulier en indien de wedstrijd aanleiding gaf tot incidenten of uitsluitingen ook een verslag, aan het SG doorsturen en dit uiterlijk 14 dagen na de wedstrijd.
     
  4. Een club mag in een wedstrijd tegen een buitenlands team geen speler opstellen die toegewezen is aan een andere club, zonder schriftelijke toestemming van deze laatste. Sancties worden in CD Art. 287 aangegeven.


ART. 281 – INTERLANDENWEDSTRIJDEN

1) dient de organisator een zitplaats voor te behouden voor:

  • de leden van de Raad van Bestuur van de VBL en KBBB;
  • de Juridische coördinator;
  • de Voorzitters van groep van Afgevaardigden, van het PC en van de PRR. van de provincie waar de wedstrijden plaatsgrijpen.

2) Hebben de houders van een kaart bedoeld in AD artikel 71 en CD artikel 213 recht op een zitplaats. Zij moeten een aanvraag hiervoor aan het SG van de VBL richten ten minste 10 dagen voor de aanvang van de wedstrijd. Het SG van de VBL verwittigt de organisatoren van het aantal te voorziene zitplaatsen.

3) Hebben de voorzitters van de clubs die 1 of meer geselecteerde spelers hebben recht op een zitplaats. Zij dienen dezelfde procedure te volgen als punt A.2.

4) Genieten de leden en de secretarissen van de andere Departementen, Comités, Commissies, Rechterlijke Raden en Afgevaardigden een prijsvermindering, vermeld in de TTB.

CD 282 – vrij
CD 283 – vrij
CD 284 – vrij
CD 285 – vrij
CD 286 – vrij


HOOFDSTUK VI – SPELERS

ART. 287 – SPELERS ZONDER GELDIGE VERGUNNING

  1. Het is verboden spelers op te stellen die niet toegewezen zijn aan de club die ze opstelt (behalve voor wedstrijden van de recreatieve afdelingen), of die geschorst zijn, op straffe van boete zoals voorzien in de TTB. Dit verbod geldt ook voor vriendschappelijke wedstrijden en tornooien. Uitzonderingen op deze regel worden in CD art. 278, CD art. 279, CD art. 280 en CD art. 295 bis vermeld.
     
  2. De spelers die van club veranderen of zich aansluiten bij de VBL, na de voorlaatste speeldag van de reguliere competitie met stijgen en dalen, zijn niet gekwalificeerd voor het verder verloop van de wedstrijden van de competitie, de play-off, de bekerwedstrijden, eindrondes en testwedstrijden van het lopende seizoen.

OPMERKING
Indien de competitie in twee fasen gebeurt (met een herschikking van de reeks of reeksen tussen de twee fasen) dan zal bovenvermelde regel toegepast worden op de eerste fase van de competitie.

NOTA
De term “opgesteld” in de zin van een speler opgesteld in een bepaalde ploeg betekent: op het wedstrijdformulier vermeld, maar spelen is niet noodzakelijk.


ART. 288 – BUITENLANDSE SPELERS

Elke speler, ongeacht zijn nationaliteit, mag deelnemen aan elke competitie die aanleiding geeft tot stijgen en dalen op voorwaarde dat hij het recht heeft in België te verblijven of daartoe de toelating bekomen heeft.

Wordt geacht deze voorwaarde te vervullen:

  • elke speler van Belgische nationaliteit die in het bezit is van een geldige elektronische identiteitskaart van Belg;
  • elke niet-Belgische speler of speler van buitenlandse nationaliteit (niet Europese Unie) die in het bezit is van een geldige elektronische vreemdelingenkaart;
  • elke speler die houder is van een geldige diplomatieke- of consulaire identiteitskaart;
  • elke speler die de nationaliteit bezit van een land behorende tot de Europese Unie en die in het bezit is van een geldige identiteitskaart van dat land.

NOTA
In afwachting van de volledige uitrol van de elektronische kaarten zal de houder van één van de door de raad van bestuur bepaalde documenten van dezelfde rechten genieten.


ART. 289 – BEPALING VAN DE HOEDANIGHEID VAN BELG

a) Niet-Belgische spelers of spelers van vreemde nationaliteit zijn steeds gerechtigd te spelen voor zover zij voldoen aan de voorwaarden van aansluiting, toewijzing en kwalificatie.

b) Om een vergunning van de VBL te krijgen dienen zij te voldoen aan de reglementering van de FIBA. Zij dienen bovendien volgende documenten voor te leggen aan het secretariaat-generaal, en dit jaarlijks alvorens aan de nieuwe competitie te kunnen deelnemen:

  • een aansluitingskaart;
  • een kopie van hun elektronische vreemdelingenkaart of identiteitskaart van een EU-land, één van de documenten opgesomd in CD art 288 of een verklaring van aankomst die recht geeft op een voorlopige vergunning die geldig is tot de vervaldatum van de aankomstverklaring;
  • een vrijgavebrief afgeleverd door de federatie waar betrokkene voor het laatst gespeeld heeft of door de AWBB;
  • een arbeidsvergunning of een verklaring CD 289.

c) Voor eenzelfde speler van vreemde nationaliteit dienen de formaliteiten inzake de vrijgavebrief slechts één maal vervuld te worden voor zover hij zonder onderbreking voor een Belgische club speelt.

d) Een forfaitaire som, waarvan het bedrag in de T.T.B. voorzien is, zal aan de club aangerekend worden voor het dekken van de kosten veroorzaakt door de opzoekingen en voor het verwerven van een vrijgavebrief.

e) Indien de verblijfsvergunning of het document dat deze staaft komt te vervallen wordt de vergunning van de speler de facto ongeldig. Bijgevolg is de speler op dat ogenblik niet meer spelgerechtigd (CD 287 is van toepassing).

f) De speler mag in competitie worden opgesteld na publicatie van zijn naam op de « lijst van buitenlandse spelers met toelating tot deelname aan de competities (CD 288) » in het officieel orgaan (website VBL).

Voorschriften
De voorschriften betreffende niet-Belgische spelers of spelers van vreemde nationaliteit worden jaarlijks door de raad van bestuur van de VBL gepubliceerd in het officieel orgaan (website van de VBL).

Overtredingen
Elke overtreding van dit artikel wordt op grond van CD art. 274 van het HHReg bestraft met verloren verklaarde wedstrijd door forfait en de boete die in de TTB vermeld is.


ART. 290 – STATUUT VAN POLITIEK VLUCHTELING

De buitenlandse speler die het statuut van politiek vluchteling heeft,mag vanaf het ogenblik dat hij een attest van het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft voorgelegd aan het SG van de VBL, spelen als Belg in de reserve en jeugdcompetitie. De buitenlandse speler die het statuut van politiek vluchteling bekomt wordt beschouwd als Belg, in de zin van CD 289, op het einde van een periode
van 36 maanden die volgen op het indienen van de asielaanvraag


ART. 291 – KWALIFICATIE ALS JEUGDSPELER

A) STELREGEL

In éénzelfde jeugdcategorie, zijn er verschillende niveaus van competitie: gewestelijk, provinciaal en landelijk, dit volgens de jeugdcategorie.

Landelijk: voor ploegen die aan de landelijke jeugdcompetitie deelnemen bestaat de verplichting een spelerslijst in te dienen en n.a.v. wedstrijden ook voor te leggen. Op deze lijst moeten ten minste 8 spelers geregistreerd staan. Deze lijsten moeten voor de resultaatgebonden wedstrijd van de landelijke competitie ingebracht worden via de toepassing die daartoe door Basketbal Vlaanderen ter beschikking wordt gesteld. Ze zijn publiekelijk consulteerbaar. Op het wedstrijdblad mogen maximum 2 spelers uit dezelfde leeftijdscategorie vermeld worden die niet op de spelerslijst staan. Het wedstrijdblad mag verder ook nog aangevuld worden met spelers uit een jongere leeftijdscategorie en daarvoor is geen maximum aantal bepaald. Bij dit alles dient rekening gehouden met het maximum aantal wedstrijden waaraan een jeugdspeler per week-end mag deelnemen. Toegelaten deelname aan wedstrijden op het landelijk niveau zonder op de spelerslijst aldaar geregistreerd te staan kan nooit leiden tot kwalificatie voor het landelijk niveau. Na de eerste fase van het kampioenschap mogen op de spelerslijst van een landelijke jeugdploeg maximum 2 spelers geschrapt worden, op voorwaarde evenwel dat het aantal tenminste op 8 blijft staan of onmiddellijk tenminste op 8 gebracht wordt . Spelers mogen onbeperkt toegevoegd worden.

Indien de geschrapte speler een dubbelspeler betreft op basis van CD 291 bis, dan vervalt de overeenkomst zoals beschreven in vernoemd artikel en kan de speler enkel nog aantreden bij de club van aansluiting.
Tenzij zij van de lijst geschrapt werden (zie hierboven) mogen landelijke jeugdspelers nooit deelnemen aan een wedstrijd met een provinciaal, interprovinciaal of gewestelijk team van hun leeftijdscategorie 

Provinciaal: een jeugdspeler die in een interprovinciale jeugdcompetitie wordt opgesteld, wordt in onderhavige context beschouwd als ‘gekwalificeerd voor het provinciaal niveau. Hetzelfde geldt voor de gewestelijke competitie. Binnen de provinciale competitie is een jeugdspeler gekwalificeerd voor de ploeg van een bepaald niveau, waarvoor hij tijdens drie wedstrijden werd opgesteld. Wanneer een club twee of meer teams in éénzelfde jeugdcategorie van éénzelfde niveau opstelt, mogen de spelers van een ploeg, vanaf het ogenblik dat zij gekwalificeerd zijn, niet meer in een andere ploeg van éénzelfde niveau van die jeugdcategorie spelen. Een jeugdspeler, gekwalificeerd voor een ploeg van een bepaald niveau, mag spelen in een ploeg van een hoger niveau. Zodra een speler driemaal werd opgesteld (zie punt D, hieronder), is hij gekwalificeerd voor deze ploeg en mag hij niet meer spelen, gedurende hetzelfde seizoen, voor een ploeg van het lager niveau. Een jeugdspeler mag spelen in een ploeg van éénzelfde niveau of een ander niveau (van dezelfde club), wanneer de ploeg waarvoor hij gekwalificeerd is algemeen forfait moet verklaren. Hij wordt dan gekwalificeerd zoals beschreven hieronder.

Speciale maatregel voor de jeugdcategorieën: U8, U10, U12 en U14: Tot en met 31 december mogen spelers (speelsters) van deze categorieën op provinciaal- en gewestelijk niveau vrij van een ploeg naar een andere ploeg overgeplaatst worden binnen dezelfde club.

Voor de ploeg in dewelke zij opgesteld worden vanaf 1 januari zijn zij definitief gekwalificeerd. Enkel het principe van spelen in een hogere categorie (zie CD art. 292 punt A.1.) mag nog toegepast worden.

B) GEVALLEN VAN VERLOREN VERKLAARDE WEDSTRIJDEN
In geval van verloren verklaarde wedstrijd, wordt er voor de kwalificatie geen rekening gehouden met de op het
wedstrijdformulier vermelde spelers.

C) SANCTIES
Indien bij controle van het wedstrijdblad door het bevoegd Departement blijkt dat de lijst van de ingeschreven spelers van een
ploeg niet bestaat, of dat er overtredingen tegen de lijst werden gemaakt, wordt dit volgens CD art. 274 bestraft met verloren
verklaarde wedstrijd en de boete die in de TTB wordt vermeld.
Indien na controle door het bevoegd Departement blijkt dat bedoelde lijst wel degelijk bestaat maar deze enkel niet werd
voorgelegd, wordt enkel een boete zoals voorzien in de TTB opgelegd .

D) TERM "OPGESTELD"
De term "opgesteld" in de zin van een speler opgesteld in een bepaalde ploeg betekent: "op het wedstrijdblad vermeld, maar spelen is niet noodzakelijk".
 

ART. 291 bis – DUBBELE AANSLUITING VAN JEUGDSPELERS

Een ‘”dubbelspeler” is een jeugdspeler die behoort tot de leeftijdscategorie U16 , U18 of U21 of een jeugdspeelster die behoort tot de categorie U14, U16 of U19, welke mits akkoord van zowel de club van aansluiting als van één bepaalde andere club, kan aantreden in wedstrijden van de 2 clubs, met volgende beperkingen:

De club van aansluiting van de dubbelspeler heeft geen landelijke jeugdploeg van de categorie van de dubbelspeler in de competitie. De betrokken speler kan enkel uitkomen voor de seniorsploeg(en). Hij mag aan geen enkele resultaatgebonden wedstrijd van de jeugdploegen van zijn club van aansluiting deelnemen.

De enige club waarmee de dubbelspeler én de club van aansluiting, samen, een overeenkomst afsluiten moet wel een landelijke jeugdploeg in competitie brengen van de leeftijdscategorie van de dubbelspeler. De dubbelspeler mag in die club enkel uitkomen voor de ploeg in de landelijke jeugdreeksen van zijn leeftijdscategorie én/of in de jeugdreeks hoger (landelijk en/of provinciaal). Het maximum aantal wedstrijden per weekend dient gerespecteerd, cumulatief over de 2 clubs.

Alvorens deze constructie uitvoering kan krijgen, dient door de 3 betrokken partijen – de club van aansluiting, de betrokken speler en de enige andere club - een overeenkomst ondertekend te worden waarin elkeen zijn akkoord bevestigt. Deze overeenkomst dient door het secretariaat-generaal geregistreerd te worden vóór de eerste deelname van de betrokken speler aan enige resultaatgebonden wedstrijd van de club, welke een landelijke jeugdploeg in competitie brengt, evenwel vóór 31 december. Het secretariaat-generaal van Basketbal Vlaanderen zal hiervoor een standaardformulier ter beschikking stellen.

Op de website van Basketbal Vlaanderen zal een lijst gepubliceerd en bijgehouden worden van alle dubbelspelers met vermelding van hun club van aansluiting – waar ze enkel bij een seniorploeg mogen aantreden - en van de club waarmee een overeenkomst gemaakt werd en waarbij zij enkel voor een bepaalde landelijke jeugdcategorie of een hogere jeugdcategorie (landelijk en/of provinciaal) mogen aantreden. Deze lijst zal op de website gepubliceerd worden.

Het lidgeld voor de dubbelspeler evenals de kosten die voortvloeien uit beslissingen van een rechtelijke raad zijn steeds ten laste van de club van aansluiting. De club van aansluiting geniet de rechten die voortvloeien uit het jeugdfonds. Eventueel uitgesproken schorsingen zijn van toepassing voor beide clubs.


ART. 292 – JEUGDCATEGORIEEN

A) ALGEMEEN

  1. Een jeugdspeler mag slechts in zijn jeugdcategorie en deze er onmiddellijk boven gelegen, optreden.
  2. De jeugdcategorieën worden voorgesteld door de sporttechnische coördinator en ter goedkeuring voorgelegd aan de AV.
  3. Een speler is speelgerechtigd wanneer hij voldoet aan Artikel AD 73.
  4. Wanneer verschillende wedstrijden van één club op hetzelfde ogenblik plaatsgrijpen, kan een jeugdspeler nooit aan meer dan één wedstrijd deelnemen.
  5. Elke overtreding op dit artikel zal bestraft worden volgens CD art. 274 door het forfait en de boete voorzien in de TTB

B) AFWIJKINGEN

  1. Zodra een speler ten volle 16 jaar is, mag hij in alle hogere categorieën opgesteld worden.
  2. Zodra een speelster ten volle 14 jaar is, mag zij in alle hogere categorieën opgesteld worden. AD artikel 1 is hier uitzonderlijk niet van toepassing.
  3. Gemengde ploegen worden toegelaten in de categorieën U8, U10, U12 en U14. Zo is het ook toegelaten in deze categorieën met een volledig uit meisjes bestaande ploeg in een overwegend uit jongensploegen bestaande afdeling mee te spelen.
  4. Op voorstel van de sporttechnisch coördinator kan de, met fyssische en/of mentale beperkingen belaste speler en zijn club, een afwijking om aan te treden in een lagere categorie verleend worden voor de duur van één seizoen, termijn welke verlengbaar is. Een speler die een afwijking bekomt, kan enkel in deze lagere categorie aantreden en enkel in teams welke actief zijn op GOPC, provinciaal of regionaal niveau.
    Er kunnen maximaal 2 afwijkingen per team binnen hetzelfde seizoen verleend worden. De, met een omstandig verslag, gemotiveerde aanvraag dient uiterlijk 2 weken voor de eerste officiële wedstrijd waarin betrokkene wordt opgesteld worden overgemaakt.
    Indien een afwijking kan worden verleend zal de sporttechnisch coördinator een attest afleveren aan de club om aan de verplichtingen in kader van artikel CD 217 van het Huishoudelijk Reglement te kunnen
  5. Op voorstel van de sporttechnisch coördinator kan, op vraag van de laat mature speler (eerstejaars uit de categorieën U16, U18, U21 jongens en U16, U19 meisjes met een score van P3 of minder) en zijn club, een afwijking om aan te treden in de net lagere categorie verleend worden. Een speler die een afwijking bekomt, kan enkel voor de duur van één seizoen in deze lagere categorie aantreden en enkel in teams welke actief zijn op GOPC, provinciaal of regionaal niveau. Er kunnen maximaal 2 afwijkingen per team binnen hetzelfde seizoen verleend worden. De gemotiveerde aanvraag op basis van en toegevoegd attest (P3 of minder), afgeleverd door een erkend sportkeuringsarts, dient uiterlijk 2 weken voor de eerste officiële wedstrijd waarin betrokkene wordt opgesteld worden overgemaakt.Indien een afwijking kan worden verleend zal de sporttechnisch coördinator een attest afleveren aan de club om aan de verplichtingen in kader van artikel CD 217 van het Huishoudelijk Reglement te kunnen voldoen.

C) BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR DE JEUGDCOMPETITIES

1) Categorieën U21, U18/U19, U16 en U14
De bepalingen aangaande de spelregels voor seniorploegen zijn integraal van toepassing voor de categorieën U21, U18/U19,
U16 en U14 op uitzondering dat het gelijkspel mogelijk is (geen verlenging).

2) Categorieën U12, U10 en U8
Specifieke regels in overeenstemming met de doelstelling van de opleiding van deze categorieën U12, U10 en U8 zijn van toepassing. De regels worden door de Sporttechnisch Coördinator opgesteld, om goedgekeurd te worden op de AV.

Deze specifieke regels staan vermeld in het Officieel Orgaan van de VBL.


ART. 293 – UITRUSTING VAN DE SPELERS

  • a) De spelers moeten zich in behoorlijke kledij op het speelveld aanbieden en eenvormig gekleed zijn met de kleuren van hun club.
    Voor alle afdelingen heren, dames en jeugd wordt de nummering van 4 tot en met 27 aanvaard.
     
  • b) Wanneer twee clubs gelijkaardige kleuren hebben moet de bezochte ploeg met een andere kleur uitgerust zijn wanneer het een jeugdwedstrijd betreft doch moet de bezoekende ploeg met een andere kleur uitgerust zijn indien het om een seniorwedstrijd gaat.
    Gelijkaardige kleuren betekent niet dezelfde, doch kleuren die tijdens de wedstrijd aanleiding kunnen geven tot verwarring voor de spelers en de scheidsrechter.
     
  • c) Iedere club moet de kledij die in de kalender vermeld wordt kunnen vervangen door een tweede reglementaire uitrusting. De clubs die de kleur van hun trui willen wijzigen in de loop van het seizoen, moeten dit melden aan het Departement Competitie of hun betrokken PC. Het is echter slechts acht (8) dagen NA de publicatie in het blad voor officiële mededelingen (website van de VBL) dat de wijziging effectief wordt.
     
  • d) Om aan een wedstrijd deel te nemen moeten de spelers o.m. uitgerust zijn zoals hoger voorgeschreven en geen voorwerpen dragen die verwondingen kunnen veroorzaken.
     
  • e) Grijze uitrustingen zijn verboden.
     
  • f) De kleur van de zichtbare onderkleding (T-shirt en broek) moet identiek zijn aan de uitrusting (trui en broek).
     
  • g) De voor- en achterzijde van de truien van de spelers moeten van een zelfde dominerende kleur zijn.


ART. 294 – DEELNAME AAN TWEE KAMPIOENSCHAPPEN TIJDENS EEN ZELFDE SEIZOEN

Een speler die tijdens een seizoen deelgenomen heeft aan kampioenschapswedstrijden van een buitenlandse of afgescheurde Bond, of van een groepering die door een overeenkomst gebonden is, mag zonder bijzondere afspraak niet deelnemen aan een kampioenschap van werkende clubs dat aanleiding geeft tot stijgen en/of dalen en bekerwedstrijden (landelijk en provinciaal).

Een Belgische speler die geldig was aangesloten en toegewezen aan een Vlaamse club voor hij naar het buitenland vertrok, mag voor deze club spelen bij zijn terugkeer, zelfs wanneer het wedstrijden betreft die aanleiding geven tot stijgen en/of dalen, en bekerwedstrijden (landelijk en provinciaal).

Overtredingen worden bestraft, volgens CD art. 274, met verloren verklaarde wedstrijd en de boete die in de TTB vermeld wordt.


ART. 295 – GESELECTEERDE SPELERS

1) Een speler die uitgenodigd wordt om deel te nemen aan een sportactiviteit van een landelijke, provinciale of nationale selectie en projecten gevat door het beleidsplan en goedgekeurd door de subsidiërende instanties, en niet wenst geselecteerd te worden, moet het SG van de VBL hierover schriftelijk inlichten uiterlijk binnen de 3 dagen na ontvangst van de uitnodiging.

De clubsecretaris van de club moet op de hoogte gebracht worden vanaf het ogenblik dat één van zijn spelers wordt uitgenodigd voor een selectie of project. In dat geval mag de speler met zijn club geen wedstrijden tegen buitenlandse teams spelen, gedurende de periode waarvoor hij geselecteerd was. Dit verbod geldt tot het ogenblik dat de betrokken speler zich opnieuw ter beschikking van de selectieheer stelt.

Er worden geen strafmaatregelen getroffen t.o.v. de speler die afziet van een selectie. Nochtans moet een onaanvaardbare mededinging club/VBL, en/of het bestaan van een toestand van discriminatie tussen de clubs onderling vermeden worden.

Derhalve zal het aan een club, waarvan een of meerdere spelers verstek laten gaan, kunnen verboden worden een vriendschappelijke wedstrijd of een tornooi te betwisten gedurende de periode die voor de VBL gereserveerd is. De Raad van Bestuur is bevoegd om de oorzaken van het verstek te beoordelen

Een geselecteerde speler mag aan geen wedstrijden meer deelnemen 2 dagen voor de wedstrijd waarvoor hij geselecteerd is of de dag voorafgaand aan een afreis. Deze beperking is ook geldig voor basketbalcompetities die niet door de VBL georganiseerd worden.

Gedurende de aan de VBL voorbehouden periode en de daarop volgende 24 uren worden alle kampioenschapswedstrijden waaraan die spelers moesten deelnemen afgelast. Spelers mogen niet aantreden met een selectie of deelnemen aan een project tijdens de periode dat ze geen lid zijn van de VBL.

2) Vanaf het ogenblik dat een speler aanvaard heeft om deel te nemen aan een sportieve activiteit van een selectie of een goedgekeurd project gevat door het beleidsplan, is hij gehouden deze uitnodiging uit te voeren. Zijn club mag hem dit niet beletten. Het niet nakomen van deze verplichting door de club, zal beboet worden met een bedrag voorzien in de TTB.


ART. 295 BIS – LEERLINGEN V/D TOPSPORTSCHOOL

De spelers van de Topsportschool dienen bij aanvang van het seizoen aan hun club een éénmalige toelating te vragen om dat seizoen met de Topsportschool mee te spelen. Deze vrijgave geldt voor het ganse seizoen; echter wanneer de speler tegen zijn eigen club zou moeten uitkomen met de Topsportschool heeft de club de keuze met welke ploeg deze speler dient aan te treden. Deze keuze dient kenbaar gemaakt te worden ten laatste 14 dagen voor de wedstrijd. Bij ontstentenis van enige reactie van de club zal de speler automatisch geselecteerd zijn voor de Topsportschoolploeg. De bevoegde Rechterlijke Raad zal oordelen in geval van geschillen Op deze wedstrijden zijn de normale normen der sancties en de procedures zoals vervat in JD zowel voor de provinciale en landelijke selecties, Topsportschool en clubs van toepassing.

Financiële gevolgen van de procedure zijn ten laste van de VBL in geval de speler aantrad met een provinciale of landelijke selectie of met de Topsportschool. Beroep blijft mogelijk door het Departement Topsport/clubs (afhankelijk van eventuele nieuwe structuren) volgens de modaliteiten voorzien in JD.


HOOFDSTUK VII – DE EINDRONDEN

ART. 296 – EINDRONDEN

De eindronde wordt door het Departement Competitie georganiseerd.

1) Ploegen uit verschillende reeksen van een zelfde afdeling kunnen niet gerangschikt worden door vergelijking van het aantal behaalde punten of overwinningen. Ze moeten een eindronde betwisten.

2) Eindronden hebben enkel plaats voor afdelingen die aanleiding geven tot stijgen en/of dalen of voor het toekennen van een landelijke of provinciale titel.

3) De eindronde van een afdeling met twee reeksen wordt beslist met een wedstrijd op neutraal terrein.

4) Indien een afdeling bestaat uit 3 reeksen, zullen de 3 betrokken ploegen elkaar ontmoeten - twee aan twee - op neutraal terrein.

   De drie ontmoetingen kunnen op dezelfde dag plaatsvinden. De volgorde wordt bepaald door lottrekking.

5) Wanneer een afdeling meer dan 3 reeksen omvat:

  • a) Indien het gaat op een eindronde tussen de eerste van de reeks, zal deze wedstrijd plaatsvinden door directe uitschakeling op neutraal terrein.
  • b) Indien het gaat om een eindronde om een bijkomende stijger aan te duiden, zal iedere ploeg de andere op een neutraal terrein ontmoeten. Voor de organisatie zal men erop letten dat geen enkele deelnemende ploeg 2 wedstrijden op een dag zal moeten betwisten.

6) De deelneming aan de eindrondes is niet verplicht. Wanneer afdelingen (reeksen) moeten aangevuld worden, dan worden de deelnemers aan de eindrondes (conform CD art. 263) gerechtigd om te stijgen en dit in de volgorde van het klassement van de eindrondes. Een ploeg die weigert deel te nemen aan de eindrondes mag vervangen worden door een lager geklasseerde uit dezelfde afdeling (reeks) met uitzondering van de ploegen die moeten dalen.

7) De kosten van de eindronden zijn ten laste van de organiserende club die de ontvangsten behoudt.

Bijkomende onderrichtingen voor de eindronden.

Tijdens de maand januari zal het Departement Competitie en/of de PC’s in het blad voor de officiële mededelingen (de website van de VBL) bekend maken voor welke plaatsen in het klassement         van de verschillende afdelingen en reeksen eindronden zullen georganiseerd worden.

De ploegen die op deze plaatsen de competitie beëindigen zijn ambtshalve ingeschreven voor de eindronden.

Vermits de deelname niet verplicht is moeten de clubs die zouden kunnen in aanmerking komen en die niet wensen deel te nemen, uiterlijk zeven dagen voor het einde van de competitie het Departement Competitie en/of de PC’s hiervan verwittigen.

Bij niet of laattijdig verwittigen, poststempel telt, zal de in de TTB voorziene boete toegepast worden. Deze wordt als vergoeding voor geleden verlies uitgekeerd aan de organisatoren.

ART. 297 – PROVINCIALE PLAY-OFFS

Binnen de 28 dagen na de APV die de organisatie van de provinciale play-offs en de bijbehorende modaliteiten heeft goedgekeurd, dient het betrokken PC een aanvraag in bij het SG van de VBL om provinciale play-offs te mogen organiseren.

Bij deze aanvraag dient het reglement gevoegd zowel op sportief als op juridisch vlak welke de provincie wenst toe te passen en dit overeenkomstig de afspraken gemaakt met de clubs tijdens de APV.

Na ontvangst van de aanvraag, plaatst de Raad van Bestuur deze vraag op de dagorde van zijn eerstvolgende vergadering en geeft zijn eventuele opmerkingen en beslissing door aan het betrokken PC.