I. OPROEPING
§ 1. Leden en clubs die betrokken zijn bij een zaak die wordt behandeld volgens de procedure met persoonlijke verschijning, dienen te worden opgeroepen.
Deze leden en clubs dienen eveneens te worden opgeroepen wanneer de oproeping van getuigen, naar het oordeel van de bevoegde rechterlijke raad, nodig zou blijken. In dat geval beslissen de rechterlijke raden over de oproeping van alle personen die zij voor het onderzoek nodig achten, met inachtneming van de rechten van verdediging. Tegen deze beslissing van de rechterlijke raden staat geen verhaal open.
Bij toepassing van de procedure met persoonlijke verschijning wordt de zaak, al naargelang de concrete omstandigheden van het dossier en het oordeel van de bevoegde rechterlijke raad, behandeld tijdens een fysieke of een online zitting. Tegen de beslissingen van de rechterlijke raden inzake het organiseren van een fysieke dan wel een online zitting staat een verhaal open.
De bepalingen in dit Intern Reglement zijn onverkort van toepassing op zowel de fysieke als de online zittingen.
§ 2. De oproeping van de betrokken leden, clubs, getuigen en/of andere personen geschiedt hetzij per beveiligde zending, hetzij via de elektronische procedure en dit ten laatste vijf werkdagen op voorhand, te rekenen vanaf de dag van de kennisgeving van de oproeping.
De oproeping van de leden of de clubs geschiedt rechtsgeldig door de tussenkomst en onder de verantwoordelijkheid van de secretaris van de club waaraan zij actueel zijn toegewezen.
De bevoegde rechterlijke raad zal de betrokken leden of clubs laten verschijnen binnen een termijn van 30 dagen na de kennisgeving van hun keuze tot toepassing van de procedure met persoonlijke verschijning, zoals bepaald in artikel 468, §2 JD.
§ 3. De oproepingsbrief vermeldt de plaats, dag en uur van de zitting. Ingeval de zitting online plaatsvindt, vermeldt de oproepingsbrief eveneens de nodige instructies om deel te kunnen nemen aan de online zitting.
Indien een rechterlijke raad ambtshalve getuigen en/of andere personen wenst op te roepen, vermeldt hij in de oproepingsbrief om welke getuigen en/of andere personen het gaat en waarover zij een verklaring moeten geven.
De oproepingsbrief maakt eveneens melding van de mogelijkheid voor de leden, de personen die hen bijstaan en/of vertegenwoordigen, de vertegenwoordigers van de clubs, de getuigen en/of andere opgeroepen personen om een vooraf opgestelde en ondertekende schriftelijke verklaring te overhandigen aan de bevoegde rechterlijke raad. Ingeval de zitting online plaatsvindt, wordt deze verklaring en/of schriftelijke besluiten neer te leggen bij de bondscoördinator, en dit binnen de termijnen vermeld in artikel 471, §2 JD.
II. VERSCHIJNING
A° Leden
§ 1. Wanneer, in toepassing van artikel 469 JD, wordt gekozen voor de procedure met persoonlijke verschijning, dient het lid op het ogenblik van de rechtsingang en later in persoon te verschijnen.
§ 2. Een lid kan zich evenwel, op zijn/haar kosten, laten bijstaan door een advocaat, een lid van de club zoals vermeld in artikel 63 AD, of iemand die in het bezit is van een volmacht getekend door twee leden voorzien in artikel 63 AD van de club die hij/zij vertegenwoordigt en van de club waarbij hij/zij is aangesloten indien beide clubs verschillend zijn. Een lid kan zich eveneens, op zijn/haar kosten, laten bijstaan door een tolk.
Vertegenwoordiging door één van bovenvermelde personen is enkel mogelijk in geval van overmacht of gewettigde verhindering. Het is het lid zelf die moet aantonen dat hij/zij in de onmogelijkheid verkeert om in persoon te verschijnen wegens overmacht of gewettigde verhindering en het is de bevoegde rechterlijke raad die uiteindelijk oordeelt over de machtiging tot vertegenwoordiging. Tegen deze beslissingen van de rechterlijke raden staat geen verhaal open.
De deelneming aan een wedstrijd, of om het even welke clubactiviteit, als speler, scheidsrechter, coach of in een andere officiële functie, wordt niet beschouwd als gewettigde verhindering of overmacht.
§ 3. Indien een lid niet voldoet aan de verschijningsplicht en het is niet toegelaten zich te laten vertegenwoordigen, wordt in zijn afwezigheid geoordeeld of kan hem/haar, overeenkomstig artikel 503 JD, een schorsing tot vrijwillige verschijning worden opgelegd. Het door de bevoegde rechterlijke raad geschorste lid tot vrijwillige verschijning kan worden geschorst als speler, scheidsrechter of voor alle officiële functies, met uitzondering van de secretaris.
Niet-ontvoogde minderjarigen
§ 4. Het lid dat de vermeende tuchtinbreuk heeft gepleegd en dat de volle leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt op het ogenblik van de behandeling van de zaak door de bevoegde rechterlijke raad, dient in persoon te verschijnen, tenzij in geval van gewettigde verhindering of overmacht, én op zijn/haar kosten te worden bijgestaan, of in voorkomend geval te worden vertegenwoordigd, door een volmachtdrager of een vertrouwenspersoon.
Niet-ontvoogde minderjarige leden kunnen zich eveneens, op hun kosten, laten bijstaan door een tolk.
B° Clubs
§ 5. Een club die wordt opgeroepen, moet zich laten vertegenwoordigen door een lid van zijn bestuur zoals vermeld in artikel 63 AD. Indien het zich door een ander toegewezen lid van die club laat vertegenwoordigen, moet dit lid in het bezit zijn van een volmacht getekend door de personen zoals vermeld in artikel 63 AD.
Een club die wordt opgeroepen, mag zich, op diens kosten, laten bijstaan door een advocaat of een afgevaardigde van zijn provincie. Het kan zich eveneens, op diens kosten, laten bijstaan door een tolk.
§ 6. Leden van de Onderzoekscommissie mogen niet verschijnen als afgevaardigde van hun club of een van hun spelers bijstaan.
§ 7. Indien een club niet voldoet aan de verschijningsplicht wordt in zijn afwezigheid geoordeeld en kan de bevoegde rechterlijke raad hem een forfaitaire boete, zoals voorzien in de TTB, opleggen.
III. VRIJWILLIGE TUSSENKOMST
Een partij, voor zover die partij naar het oordeel van de op dat moment bevoegde rechterlijke raad of cassatiekamer een (voldoende) belang heeft om tussen te komen in de procedure, kan vrijwillig tussenkomen in een hangend dossier.
Tussenkomst tot het verkrijgen van een veroordeling (agressieve tussenkomst) kan niet voor de eerste maal gebeuren in graad van beroep of voor de cassatiekamer.
De vrijwillige tussenkomst dient schriftelijk te worden gedaan bij de bondscoördinator, die het verzoek overmaakt aan de op dat moment bevoegde rechterlijke raad of cassatiekamer. Het verzoek dient op straffe van nietigheid duidelijk te vermelden namens wie de vrijwillige tussenkomst gevraagd wordt, in welke zaak de tussenkomst gebeurt, welk het belang is van de partij die vrijwillig wenst tussen te komen en wat deze partij vordert.
Vrijwillige tussenkomst mag de behandeling van de hoofdzaak niet vertragen.
De bevoegde rechterlijke raad of in voorkomend geval de cassatiekamer oordeelt over de kosten van deze vrijwillige tussenkomst”.